Eerstvolgende shuttlevlucht niet voor 1 juli

Print
De spaceshuttle Discovery zal ten vroegste op 1 juli vertrekken, zo heeft het Amerikaanse tv-station NBC dinsdagavond gemeld op gezag van functionarissen van de NASA.
Discovery diende normaal tussen 10 en 22 mei naar het Internationaal Ruimtestation te vertrekken voor een tweede proefvlucht na het ongeluk met de Columbia in 2003.
Maar de lancering van de Discovery is naar ten vroegste 1 juli, wanneer een nieuw lanceervenster opengaat, verschoven omdat de ingenieurs een verdachte brandstofsensor in de externe brandstoftank willen vervangen, aldus NBC. Zo'n vervanging kost nogal wat tijd.

Er was iets mis met de aflezing van één van de vier sensoren die moeten meten hoeveel vloeibare zuurstof voor de drie hoofdmotoren van de shuttle er nog in het oranje gevaarte steekt. Tijdens de klim naar de ruimte spelen die vier sensoren (ECO's in het jargon) een cruciale rol, want ze vermijden dat de drie hoofdmotoren te kort of te lang branden, wat in beide gevallen tot een catastrofe kan leiden. Een soortgelijk probleem leidde vorig jaar al tot uitstel van de lancering van de Discovery, toen het de eerste vlucht van een shuttle was na het dodelijke ongeval met de Columbia op 1 februari 2003. De NASA week in juli uiteindelijk van de regels af door te beslissen dat drie ECO's volstonden.
NBC tekende het nieuws over de verdaging op uit de mond van functionarissen die anoniem wilden blijven. Normaal startte dinsdagavond om 22.00 uur Belgische tijd een briefing omtrent de agenda van de spaceshuttle, aldus meerdere Amerikaanse bronnen. Ook de terzake gezaghebbende krant Florida Today verwachtte een uitstel voor de Discovery.
MEEST RECENT