Maaseik moet 3-2 nederlaag goedmaken tegen Orestiada

Print
MAASEIK - Met de komst van het Griekse Orestiada naar Maaseik krijgen de Noliko-suporters woensdagavond (20.30 u) nog eens een ouderwetse alles-of-niks gepresenteerd. Vorige week verloren de Maaslanders in Griekenland hun heenmatch voor de achtste finales in de CEV-cup met 3-2. Om heel zeker te zijn van kwalificatie voor de kwartfinales moet de thuisclub op 3-0 of 3-1 mikken. Dat is niet evident. De Griekse provincieclub ging vorige week vrank en vrij haar kans en heeft in de Eikerstede niets te verliezen.
«We mogen ons aan een lastige klus verwachten,» weet Jiri Popelka. De 23-jarige Tsjechische aanwinst beseft maar al te goed dat kapitein Vital Heynen ondermeer naar hem verwees toen hij vorige week de inpassing van de nieuwkomers als pijnpunt aanduidde. Zijn vervanging tijdens de 4de set in Griekenland zit hem nog hoog. «Bij mijn vorige club Ceske Budejovice mocht ik slecht spelen, dan nog bleef ik op het terrein. In Maaseik ligt dat anders. Ik was boos op mezelf toen ik in Griekenland plaats moest ruimen. Maar die ingreep was terecht. Ik was wel goed aan de match begonnen, viel stevig aan. Naarmate de sets vorderden gleed ik af. Ik snap het niet goed, want op training loopt alles prima. In de wedstrijden heb ik de beste Popelka nog niet kunnen tonen. Ik hoop dat het woensdag wel zover komt.»

Aanpassing
De Tsjechische reus pleit verzachtende omstandigheden voor zijn langzame aanpassing. «Het eerste probleem bij mijn overkomst naar Maaseik was de taal. In eigen land had ik genoeg aan Tsjechisch, ik was het absoluut niet gewoon om Engels te praten. Die eerste weken moest Martin Lebl vaak tolken. Hij was de enige die ik kende.»

Daarmee belandt Popelka bij het tweede probleem van een buitenlandse nieuwkomer. «Ik heb een hele nieuwe vriendenkring moeten opbouwen. Dat begint me aardig te lukken. Ik woon in een flat dicht bij Heino en Schuil, we gaan vaak samen uit eten.»

Ondertussen worden de contacten met zijn heimat schaarser. «Ik doe het al langer zonder mijn ouders en mijn zus van 17. Zij wonen een heel eind weg van Ceske Budejovice, ergens aan de Tsjechisch-Duitse grens. Ik ben het leven zonder hen dus al een paar jaar gewend. Een vaste vriendin heb ik nog niet. Ginds niet en hier niet. Misschien vinden de meisjes mij wat té groot», lacht hij schuchter. Popy is inderdaad geen flapuit. «Als ik boos ben, verwerk ik dat binnenin. Dat moet ik afleren. Ik moet meer emotie en agressie tonen. Daar werk ik aan, maar zoiets leer je niet op één dag.»

Opwarmen
Popelka heeft nochtans voldoende adelbrieven. Vorig seizoen viel hij op bij het Tsjechische nationale team op het tornooi van de Witte Molen. Roeselare schoof hem prompt een aanbieding onder de neus. «Ik wilde eerst mijn universiteitsdiploma accountancy halen. Pas daarna koos ik voor een Belgische club. Ik heb me niet beklaagd dat het Maaseik werd. Het niveau ligt hier erg hoog, ik leer elke dag iets nieuws. Vooral de analyse van de tegenstander levert ons veel op. Daarom meen ik dat we klaar zijn voor de match tegen Orestiada.»

Eén zaak moet Popy nog van het hart. «In de sporthal van Maaseik is het soms bitter koud. Vorige week tegen Eisden nog. Gelukkig loopt de zaal tegen de Grieken bomvol. Dan is het onze taak om de supporters heet te krijgen. Met ons allerbeste spelpeil.»

Argentijnse vedette
De Grieken spelen met slechts twee buitenlanders: topvedette Quaini uit Argentinië en bankzitter Herich uit Slovakije. Opslagspecialist Bajev heeft wel Bulgaars bloed in de aderen. De ploeg: 1. Bajev; 2. Herich (Slk); 4. Kemanetzis; 5. Quaini (Arg); 6. Bozidis; 8. Papazoglou; 9. Petroglou; 10. Barboudis; 11. Vlasakidis (libero).
Nu in het nieuws