Huismussen winnen vogeltelling, maar vinken komen op

Print
De huismussen blijven, net zoals de voorgaande jaren, het talrijkst aanwezig in de Vlaamse tuinen. Dat blijkt uit voorlopige resultaten van de tuinvogeltelling die Natuurpunt op 4 en 5 februari organiseerde.
Opvallend is wel dat ook de vinkensoorten dit jaar in erg groten getale voorkwamen en dat het gemiddeld aantal vogels per tuin met 41 duidelijk hoger lag dan vorig jaar.

Natuurpunt ontving na het telweekend van 4 en 5 februari gegevens uit meer dan 8.000 tuinen. Momenteel zijn de gegevens uit 5.945 tuinen geanalyseerd, meldt Natuurpunt vrijdag in een mededeling. Hieruit blijkt dat de huismus de top tien blijft aanvoeren, gevolgd door de koolmees en de merel. De top drie blijft daarmee onveranderd. Ook de top drie van de meest verspreide soorten bleef gelijk: de merel komt in meer tuinen voor dan de koolmees en de roodborst.
Opvallend is evenwel dat de vinkensoorten, vooral de vink, de keep en de sijs, in zeer grote aantallen voorkwamen. "De beukennotenoogst in ons land en de omringende landen was klein en dwong de hongerige vinken en kepen tot dicht bij de huizen", zegt Wim Van den Bossche, coördinator van de tuinvogeltelling Vogels Voeren en Beloeren. De vink verdubbelde in aantal per tuin en behaalde daarmee de vierde plaats in de top tien. De aantallen van de keep en de sijs waren respectievelijk 22 en 15 keer hoger in vergelijking met vorige winter.
Het gemiddeld aantal vogels dat per tuin werd geteld lag dit jaar met 41 vogels maar liefst 22 procent hoger dan de het gemiddelde van 32 vogels vorig jaar. Dit is te verklaren door de grote aantallen kleinere vogelsoorten die door de vorstperiode naar de voederplaatsen kwamen.

"Een recordaantal tellers heeft zich ingespannen om de tuinvogels te tellen en de zeer grote aantallen van bepaalde soorten waren fenomenaal", aldus nog Van den Bossche. Er werden bijna 250.000 vogels genoteerd van 99 soorten. De Noordse goudvink, de pestvogel en de middelste bonte specht waren enkele van de zeldzame soorten. Opvallend waren de lage aantallen van de zwarte kraai, de andere kraaiensoorten werden in hogere aantallen geteld, vergelijkbaar met de hogere aantallen bij de kleinere vogelsoorten.
Het is de zesde opeenvolgende winter dat Natuurpunt de aantallen en de verspreiding van tuinvogelsoorten die voederplaatsen bezoeken in kaart brengt. De tuinvogeltelling is veruit het grootste "citizen science"-project in België: ook in Wallonië namen meer dan 8.000 gezinnen deel aan de telling van Natagora, de zustervereniging van Natuurpunt in Wallonië en Brussel.
Meer informatie en de top tien per provincie vind je op de website van Natuurpunt.
Nu in het nieuws