Bush: "30.000 burgers gedood sinds invasie in Irak"

Print
De Amerikaanse president George Bush heeft maandag gezegd dat er "30.000 Iraakse burgers" zijn gedood sinds de invasie van Irak in maart 2003.
"Ik zou zegen dat er ongeveer 30.000 (Irakezen) zijn omgekomen tengevolge van de initiële interventie en het geweld dat daarop is gevolgd tegen de Irakezen", zei het Amerikaanse staatshoofd in antwoord op een vraag die was gesteld na een rede in de stad Philadelphia over de Amerikaanse strategie in Irak. Bush voegde eraan toe dat de VS zelf al ongeveer 2.140 soldaten hebben verloren. Hij noemde martelpraktijken in Iraakse gevangenissen "onaanvaardbaar" en zei dat de daders daarvan "rekenschap zullen moeten afleggen".

Op drie dagen van de parlementsverkiezingen in Irak zei Bush dat 2005 een "omwenteling" in de geschiedenis van Irak is geweest, alsmede de geschiedenis van het Midden-Oosten en de "geschiedenis van de vrijheid". "Het gaat om een merkwaardige transformatie voor een land dat virtueel geen enkele ervaring met democratie had en dat vecht om de erfenis te boven te komen die is achtergelaten door één van de ergste tirannieën die de wereld heeft gekend".

De Amerikaanse president riep de Iraakse leiders op "de hand uit te steken naar soennitische leiders en ze bij het beleidsproces te betrekken". "Eenmaal de overwinning is bereikt, keren onze troepen naar hun land terug". Bush beschuldigde Iran opnieuw ervan het "democratisch proces" in Irak te "ondermijnen" en betichtte Syrië er nog eens van, "terroristen toe te laten zijn grondgebied te gebruiken om naar Irak te gaan".

.

Nu in het nieuws