Al-Qaida riep vorige week op tot sabotage olieraffinaderijen

Print
Terwijl de Britse brandweer begonnen is de oliebrand ten noorden met chemisch schuim te blussen, is bekendgeraakt dat afgelopen week op het internet een - uit september daterende - videoband gezet is waarop Al-Qaida zijn aanhangers oproept olieinstallaties aan te vallen.
BR> De politie houdt het vooralsnog op een ongeluk, maar zegt andere mogelijkheden niet uit te sluiten.
Experts speculeren experts over de oorzaak van de explosies. Het zal nog dagen duren vooraleer er gezocht kan worden naar de oorzaak van de explosies, zo liet een woordvoerster van Total maandag weten.

De Britse brandweer is maandag begonnen de oliebrand ten noorden van Londen met chemisch schuim te bestoken, na zich ervan te hebben vergewist dat er geen gevaar is voor verontreiniging van het grondwater.
"We bevinden ons op onbekend terrein. Dit is de grootste brand waar Groot-Brittannië en Europa ooit mee te maken hebben gehad", zei Roy Wilsher, hoofd van de brandweer van Hertfordshire. Wat het schuim gaat doen is niet bekend, zei hij, misschien verdampt het wel in de enorme hitte.
De oorzaak van de laattijdige start van de bluswerken is volgens de brandweer te wijten aan het feit dat nog bijkomende hogedrukpompen en speciaal gereedschap uit diverse uithoeken van Groot-Brittannië naar het rampgebied moesten overgebracht worden. Tot zondagnacht konden de brandweerlui alleen proberen de uitbreiding van het vuur tegen te houden door een 'watergordijn' te creëren tussen de vlammen en de nog niet aangetaste cisternen.


Daags nadat de brand uitbrak steeg er nog steeds een dikke zwarte rookwolk op uit het veertig kilometer ten noorden van Londen gelegen oliedepot Buncefield, het op vier na grootste van Groot-Brittannië. Wilsher zei dat minstens twintig olietanks zijn verwoest, maar dat de brandweer erin is geslaagd zeven tanks buiten het vuur te houden. Om verdere uitbreiding van de brand te voorkomen wordt er vanaf twee punten 32.000 liter water per minuut op de omgeving gespoten.
Een verandering van de windrichting maakte het de brandweer maandag extra moeilijk, want de rook werd nu rondgeblazen, waardoor de brandweerlieden en hun collega's van de bedrijfsbrandweer van de olieindustrie er middenin kwamen te staan. De manschappen, die zich op een kleine honderd meter van de brandende olietanks bevinden, zijn uitgerust met ademhalingsapparatuur en beschermende kleding. Om niet te lang aan de hitte en de rook te worden blootgesteld worden zij zo vaak mogelijk afgelost.

In de Buncefield terminal, die wordt gerund door Total UK en mede-eigendom is van Texaco, was zestien miljoen liter benzine, dieselolie, kerosine en vliegtuigbrandstof opgeslagen. De Britse milieudienst zei te vrezen dat de brandstoffen zich zullen mengen met blusschuim, waardoor rivier- en grondwater vervuild zouden raken. Volgens Wilsher wordt dat probleem ondervangen door te zorgen dat het blusmateriaal binnen ommuurde ruimtes blijft en door deze ruimtes voortdurend te blijven controleren.

De oliebrand begon zondagmorgen vroeg met een reeks explosies waarvan de zwaarste tot in Londen te voelen was. Ramen en deuren van omringende huizen werden door de luchtdruk uit hun voegen geblazen en het merendeel van de 43 gewonden werd geraakt door rondvliegend glas. Twee mensen moesten in het ziekenhuis worden opgenomen en een van hem mocht maandag weer naar huis. Bijna driehonderd omwonenden zijn tijdelijk ondergebracht in een bowlingcentrum en anderen hebben de raad gekregen voorlopig binnen te blijven.

.

Nu in het nieuws