Noodhulp Tsunami 12-12 op schema maar wederopbouw loopt vertraging op

Print
Bijna een jaar na de tsunamiramp heeft Oxfam meer dan de helft van het ingezamelde geld in België nog niet uitgegeven, zo blijkt uit het financieel rapport van de internationale organisatie.
Toch zit de eerste fase van de hulpverlening aan de getroffen gebieden op schema volgens Philippe Henon van Tsunami 12-12. De wederopbouw loopt wel wat vertraging op. Tsunami 12-12, het Consortium voor Noodhulpsituaties, zamelde in België 52 miljoen euro in, waarvan 97 % al daadwerkelijk gestort is en 3 % nog gestort moet worden. Tsunami 12-12 heeft dat geld verdeeld onder de vijf hulporganisaties die aan het initiatief meewerkten, namelijk Oxfam, het Rode Kruis, Handicap International, Unicef en Caritas International. Van die 52 miljoen euro werd er 4,8 miljoen toegewezen aan Oxfam.
Wereldwijd zamelde Oxfam International via twaalf lidorganisaties 278 miljoen dollar in, waarvan 91,4 pct afkomstig was van het publiek, 5,8 pct van bedrijven en de rest van verschillende overheden. Eind dit jaar zal 127 miljoen dollar, of ruim 45 pct van het wereldwijd ingezamelde bedrag van Oxfam International, besteed zijn.

Het geld dat in België ingezameld werd, ging volgens Henon voornamelijk naar Sri Lanka en Indonesië, omdat dat de meest getroffen gebieden zijn. Hij wijst erop dat 30 procent van het ingezamelde geld daar al is uitgegeven aan noodhulp, en dat het overige geld al ter plekke is en bestemd is voor de wederopbouw. "In een noodsituatie zijn er altijd drie fasen, met name noodhulp, rehabilitatie en heropbouw", aldus Henon. Wat betreft de noodhulp zit Tsunami 12-12 volgens Henon zeker op schema. "We hebben kunnen vermijden dat er infectieziekten uitbraken, waarvoor gevreesd werd, onder meer doordat we ervoor konden zorgen dat er toegang was tot zuiver water".
In de rehabilitatiefase wordt voornamelijk voor tijdelijke oplossingen, zoals tijdelijke huizen en scholen, gezorgd. De heropbouwfase start vanaf ongeveer acht maanden na de ramp en is nu dus aan de gang. Doordat de ngo's geen zekerheid hadden over of ze al dan niet zouden mogen blijven in de regio, werd er eerst geen basis gelegd voor projecten op lange termijn, waardoor er nu vertraging is in de wederopbouw.
Daarnaast zijn er op verschillende plaatsen ook grondkwesties die de hulpverlening vertragen. "Bepaalde gebieden staan nog steeds onder water, waardoor de mensen die vroeger op die grond woonden, op zoek moeten naar nieuwe grond", verduidelijkt Henon. Daarnaast moeten mensen ook kunnen bewijzen dat de grond waar ze aanspraak op willen maken, daadwerkelijk hun grond is. Het bureaucratische systeem vertraagt op die manier de hulpacties. "Momenteel leeft in Banda Atjeh nog steeds 50 procent van de getroffen bevolking in kampen", aldus Henon.
Voor de wederopbouw van de getroffen gebieden rekent Tsunami 12-12 op een termijn van drie tot vijf jaar. In 2006 wordt er wereldwijd 83 miljoen dollar voorzien voor de heropbouw, in 2007 is dat 51 miljoen dollar en in 2008 ten slotte 17 miljoen dollar. Het Consortium voor Noodhulpsituaties wijst op het belang van een wederopbouw die in het teken staat van verbetering ten opzichte van vroeger.

.

Nu in het nieuws