Peeters vindt terrein voor berging baggerspecie Zeescheldegebied

Print
Vlaams minister van Openbare Werken en Leefmilieu Kris Peeters (CD&V) heeft een oplossing gevonden voor de berging van baggerspecie uit het Zeescheldegebied.
Hij gaf maandag zijn akkoord om een overeenkomst te sluiten met de NV Argex over het gebruik van haar terrein langs de Schelde in Kruibeke en Zwijndrecht. De overeenkomst heeft betrekking op een deel van de ontginningsterreinen van de NV Argex, met name de ontgonnen kleiput met een capaciteit van ongeveer 4 miljoen m3. Het gaat om een site die aanleunt bij het fort van Kruibeke en een nabestemming van deels industriegebied, deels natuurgebied heeft. "De lokatie is erop gericht om voor het Zeescheldegebied te beschikken over een grote bergingssite voor gronden die niet voor hergebruik in aanmerking komen", aldus de minister in een mededeling. Hij maakt zich sterk dat er voor de volgende tien tot vijftien jaar een oplossing is voor het uitvoeren van onderhoudsbaggerwerken en het wegwerken van de historische achterstand voor het niet-maritieme deel van de Zeeschelde, de Dijle en de Neten, het Zeekanaal Brussel-Schelde, het Kanaal Leuven-Dijle en de Dender.

De Vlaamse bevaarbare rivieren slibben jaarlijks op een natuurlijke manier aan. Het baggeren van de rivieren is noodzakelijk voor een vlotte binnenvaart, het tegengaan van overstromingen en het saneren van de waterbodem. Ondanks de grote nood zijn geschikte bergingsplaatsen voor baggerspecie echter schaars. Er liep sinds 2002 een studie-opdracht naar mogelijke lokaties voor slibstorten in de Vlaamse provincies, maar de minister liet die studie recent stopzetten. De studie was vooral gericht op de fysieke geschiktheid van een potentiële lokatie. Peeters wilde een punctuele oplossing voor het bergen van baggerspecie. "Naast ruimtelijke aspecten (bereikbaarheid en bestemming) dienden ook maatschappelijke en milieutechnische aspecten tegen elkaar afgewogen te worden in overleg met het lokale bestuur", aldus de minister.
MEEST RECENT