OM vraagt verwijzing Kortrijkse juwelier voor neerschieten gangster

Het openbaar ministerie in Kortrijk wil dat juwelier Manuel Scheldeman zich voor een correctionele rechtbank moet verantwoorden voor het neerschieten van een Servische inbreker in juni 2003.

Belga

De inbreker overleed aan zijn verwondingen, een compaan raakte zwaargewond. Volgens het openbaar ministerie zijn er voldoende elementen in het gerechtelijk onderzoek die de verwijzing noodzaken. De raadkamer buigt zich op 16 december over het dossier.

Op 14 juni 2003 braken Servische gangsters in bij juwelier Scheldeman in het winkelwandelcentrum in Kortrijk. Op klaarlichte dag vernielden ze de etalage met een hamer. De juwelier, die gealarmeerd werd door het lawaai, kon de daders op heterdaad betrappen en vuurde enkele schoten af. Twee overvallers werden daarbij geraakt. Een van hen stierf aan zijn verwondingen en een andere, Boban Stojkovic, werd zwaargewond teruggevonden in een vluchtauto wat verderop.

De vier verbleven reeds een tiental dagen in Kortrijk en hadden op voorhand de omgeving verkend. Er bestond een duidelijke taakverdeling en ze maakten gebruik van valse documenten om gemakkelijk van identiteit te kunnen wisselen.

Stojkovic was de enige die zich in februari 2004 voor de rechtbank kwam verantwoorden. De twee anderen waren op dat ogenblik nog voortvluchtig. De drie beklaagden kregen elk acht jaar effectief. Ook in verzet werden die straffen gehandhaafd. Eén van de voortvluchtige daders verblijft in afwachting van zijn uitlevering nog in een buitenlandse cel.

Het openbaar ministerie wil nu dat de juwelier zich verantwoordt voor "opzettelijke slagen en verwondingen zonder het oogmerk te doden maar met de dood tot gevolg". De raadkamer beslist of de juwelier zich effectief voor de strafrechter moet verantwoorden.

Nu in het nieuws