Antwerpse politiecommissaris licht wespennest Zottegem door

Piet De Brouwer, de hoofdcommissaris die onder meer bevoegd is voor het personeel bij de Antwerpse politie, licht gedurende een maand het korps van de zone Zottegem - Herzele - Sint-Lievens-Houtem door.

jforier

De opdracht tot die doorlichting kwam er van het politiecollege van de politiezone en op vraag van gouverneur André Denys, die op zijn beurt spreekt voor de minister van Binnenlandse Zaken. Dat de opdracht tot in de hoogste regionen van het beleid is ondersteund, is maar goed ook. Want het Zottegemse korps is één wespennest. Letterlijk dan. Een aantal agenten weigert nog met elkaar te spreken, laat staan samen te werken.

Tuchtklachten en klachten bij de onderzoeksrechter over elkaar zijn geen uitzondering. Bovendien loopt tegen de korpschef een gerechtelijk onderzoek. Dat het korps is samengesteld uit 110 mensen die uit drie politiecommissariaten komen en evenveel rijkswachtkazernes, kan een begin van een verklaring zijn. In een poging die zaak te ontmijnen, werd Piet De Brouwer gevraagd om een doorlichting te maken. Dat is niet verbazend, want De Brouwer heeft zich in Antwerpen eerst beziggehouden met de particuliere, klantgerichte aanpak van slachtofferbejegening, jongerencriminaliteit, jeugdpolitie en gemeenschapsgerichte politiezorg. In het hertekende Antwerpse politielandschap blijft hij de interne bedrijfsvoering doen, gaande van logistiek en IT over de financiële dienst tot het personeelsbeleid.

”Mijn opdracht is een zogenaamde nulmeting te doen”, legt hoodcommissaris De Brouwer uit. ”Ik wil weten hoe de actuele toestand is. Daarna zou ik een aantal aanbevelingen kunnen doen om het korps weer op een gewone manier te kunnen laten werken.”

Uitgangspunt bij de doorlichting zal een swot-analyse zijn. ”Zo’n analyse geeft zicht op de sterke punten, de zwakke, de bedreigingen en de opportuniteiten. Mijn opdracht kan bijvoorbeeld een opportuniteit zijn.” ”Ik wil ook de collectieve gevoelens objectiveren. Want in mijn ogen zijn gevoelens feiten.”

Na één maand zal De Brouwer, in samenspraak met zijn opdrachtgevers, beslissen of hij op basis van zijn analyse een begeleiding opstart om het korps weer op de rails te krijgen. ”Daarbij wil ik geen oude koeien uit de gracht halen, maar vooruit kijken.”