Europese grondwet: verwarring troef op colloquium Europees Parlement

Print
Tijdens een tweedaags colloquium van het Europees Parlement (EP) over de toekomst van de Europese grondwet overheerste vooral de besluiteloosheid en de stuurloosheid van de sprekers over de te volgen strategie.
Academici uit vele Europese landen lieten hun licht over de huidige Europese crisis schijnen, maar hoe duidelijker de standpunten en de meningen, hoe groter de tegenspraak van de parlementsleden. Een uitspraak van de Leuvense professor Christian Franck dat het geen zin had om voor 2007 - Franse presidentsverkiezingen - wat dan ook te ondernemen, zorgde bij vele parlementsleden voor ontstemde reacties.
Het Europees Parlement werkt momenteel aan een rapport over de duur, de activiteiten en de thema's van de bezinningsperiode. Die werd ingeluid na de negatieve referenda in Frankrijk en Nederland. Om het parlementaire denken over de grondwettelijke impasse te voeden, werden een tiental academici die in Europese Zaken gespecialiseerd zijn, door de Constitutionele Commissie van het EP naar Brussel uitgenodigd. Daarnaast werden vertegenwoordigers van de nationale parlementen, Europese Commissie en Permanente Vertegenwoordigingen uitgenodigd. Voor België was één diplomaat naar het EP gekomen, maar niet één politicus. Ook de Belgische Europese parlementsleden doken niet op. Vooral de afwezigheid van Jean-Luc Dehaene, destijds lid van de Conventie en lid van de Constitutionele parlementscommissie, viel op.

Merkwaardig was dat de eerste twee sprekers uit de academische wereld de treurnis over het mislukte ratificatieproces relativeerden. Franck stelde dat het Verdrag van Nice nog niet zo slecht was. "Op sommige punten", aldus Franck, "is Nice zelfs beter dan het grondwettelijk verdrag". Hij gaf twee voorbeelden: de beperkte samenstelling van de Europese Commissie en de stemverdeling. "Met het systeem van Nice", aldus Franck, "zou Turkije nooit de meeste stemmen in de raad kunnen hebben". Ook Renaud Dehousse, directeur van het Centrum voor Europese Studies in Parijs, vond het niet nodig om zich voor het grondwettelijk verdrag te pletter te vechten. "Zo goed is het document niet, want uiteindelijk zijn de lidstaten als winnaar uit de bus gekomen".
Sonja Puntscher Riekmann van de Universiteit van Salzburg vond dat de crisis niet gedramatiseerd mocht worden. Volgens haar wordt elk constitutioneel proces door zulke crisissen gekenmerkt. "Weet u", zo zei ze, "dat het meer dan 100 jaar duurde voor de Amerikaanse grondwet werd geratificeerd. Uitgerekend in 1933 stemde de laatste Amerikaanse staat ermee in". In diverse tussenkomsten werd op het gevaar gewezen om het grondwettelijk verdrag een tweede keer door de Nederlandse en Franse bevolking te laten goedkeuren. "Dit is niet zonder gevaar", aldus Jo Shaw van de Universiteit van Edinburgh, "de ravage zou dan nog aanzienlijk groter kunnen worden".
Minder pessimistisch was Antonio Missiroli van het European Policy Centre. Volgens hem heeft de Europese grondwet vooral inzake buitenlandse beleid degelijk werk geleverd. "Uitgerekend in dat domein", aldus Missiroli, "kwam er het minst kritiek van de burger". Volgens de spreker kan veel wat de grondwet aan innovaties voorstelde, ook met de huidige verdragen worden doorgevoerd. Heel nadrukkelijk vermeldde hij de diplomatieke dienst van de Unie.

.

Nu in het nieuws