Externe brandstoftank shuttle teruggestuurd naar fabrikant

Print
Een externe brandstoftank van de spaceshuttle is naar zijn fabrikant teruggestuurd, zo heeft de gezaghebbende krant Florida Today gemeld.
Het enorme gevaarte, dat na voltanken twee miljoen liter vloeibare zuurstof en waterstof voor de drie hoofdmotoren van de shuttle bevat, werd woensdag op een overdekt ponton geladen. De tank reisde vervolgens terug naar de Michoud Assembly Facility in New Orleans, Louisiana.

De maatregel maakt deel uit van het onderzoek naar het nieuwe incident met afbrekend piepschuim. Toen de shuttle Discovery op 26 juli opsteeg op het Kennedy Space Center, kwamen onverwacht vijf grote stukken van dat isolatiemateriaal los.
De NASA wil nu precies weten waarom dit gebeurde en hoe aan het probleem te verhelpen is.

Afbrekend piepschuim was de boosdoener bij het dodelijk ongeluk met de Columbia op 1 februari 2003. Er was een brokstuk tegen de linkervleugel terechtgekomen. Via de daardoor geslagen bres konden tijdens de terugkeer in de atmosfeer superhete gassen het gevaarte binnendringen en het uiteenrijten.
De teruggestuurde tank zal eventueel als testbank dienen. Mogelijk wordt de enorme orange cylinder zodanig bijgespijkerd dat hij zal dienen bij een volgende lancering van de Discovery, voorlopig gepland op 26 mei.

Zolang het piepschuimprobleem niet is opgelost, vertrekt er geen spaceshuttle meer. Een eerstvolgende lancering zou er ten vroegste in maart 2006 komen.
De tank is de enige component van het shuttlesysteem die niet herbruikbaar is.

.

Nu in het nieuws