Assisen Rwanda: beklaagden schuldig aan volkerenmoord

De jury van het hof van Assisen in Brussel heeft dinsdagavond twee Rwandese bierhandelaars schuldig bevonden aan betrokkenheid bij de genocide in hun land.

Belga

Na twaalf uur van overleg heeft de jury dinsdag rond 23:30 bevestigend geoordeeld in antwoord op 56 van de 57 vragen over de schuld van Etienne Nzabonimana. De jury antwoordde eveneens met 'ja' op 23 van de 24 vragen over de schuld van Samuel Ndashyikirwa. De enige punten van vrijspraak betreffen twee duidelijk omschreven moorden.

Met 'ja' werd geantwoord op de belangrijkste vragen, namelijk die over de massamoord binnen het bisschoppelijk paleis en de parochiekerk van Kibungo, in het gemeentekantoor van Birenga en in Rukira, waar een groot aantal Tutsi's en gematigde Hutu's een heenkomen had gezocht op de vlucht voor hun moordenaars.

Etienne Nzabonimana (54) en zijn halfbroer Samuel Ndashyikirwa (43) hebben steeds ontkend enige rol te hebben gespeeld in de massamoorden in de prefectuur Kibungo, in het zuidoosten van Rwanda, waarbij in april 1994 50.000 mensen werden afgeslacht. De twee beklaagden werden in 2002 in Schaarbeek en Antwerpen gearresteerd. Ze werden sindsdien vastgehouden. Hun proces begon op 9 mei en vond plaats op basis van de gewijzigde genocidewet. Etienne Nzabonimana heeft steeds volgehouden zijn huis tijdens de genocide in Kibungo, tussen 7 en 22 april 1994, niet verlaten te hebben. In zijn laatste woorden aan het hof verklaarde hij dinsdag "geen enkele, geen enkele, geen enkele rol" te hebben gespeeld "in deze tragedie". "Er is zeker lafheid van mijn kant geweest", zo luidde het, "maar als ik niet laf was geweest, dan zou ik gedood geweest zijn".

Uit getuigenverklaringen kwam evenwel een heel ander beeld van de beschuldigde naar voren. De schatrijke handelaar, die deel uitmaakte van de notabelen van Kibungo, werd door enkelen beschreven als iemand die dicht bij de machthebbende partij stond. Hij zou voorafgaand aan de genocide hebben deelgenomen aan voorbereidende bijeenkomsten, waarbij tot de massaslachtingen werd opgeroepen. Volgens anderen zou Nzabonimana een trainingslocatie en een plaats voor wapenopslag ter beschikking hebben gesteld aan de milities die de slachtingen uitvoerden, en zou hij de leider van die milities zelf hebben gerekruteerd. Weer anderen verklaarden dat de bestelauto's van de beschuldigde waren gebruikt voor het vervoer van de interahamwe-milities, die op weg waren naar parochiekerken en gemeenschapszalen om daar hun slachtingen uit te voeren. Op de terugweg zouden de milities door Nzabonimana op bier zijn onthaald.

Samuel Ndashyikirwa, handelaar op bescheidener schaal die gevestigd was in Kirwa, op een half uur van Kibungo, was een gerespecteerde figuur in zijn dorp. Volgens getuigen heeft hij deelgenomen aan de voorbereiding van de massamoord in Kirwa en heeft hij steun verleend aan de milities, op wie hij, volgens de getuigen, veel invloed had. Meerdere getuigen hebben verklaard hem ter plaatse te hebben gezien op het moment van de massaslachtingen.

Ndashyikirwa heeft elke betrokkenheid bij de massamoorden ontkend. In zijn laatste woorden voor het hof, dinsdagmorgen, verklaarde hij te betreuren niet bij machte te zijn geweest zijn buren en zijn vrienden te redden.

Het openbaar ministerie noch de burgerlijke partijen hechtten enig geloof aan de ontkenningen van de beklaagden. Advocaat-generaal Alain Winants sprak van een strategie van "niets gezien, niets gehoord, niets geweten". Hij vroeg de jury "hen de ogen te openen middels een schuldigverklaring. Het is de hoogste tijd dat hen een spiegel wordt voorgehouden en ze zichzelf zien zoals ze zijn: moordenaars van het ergste soort", zo luidde het.

Michèle Hirsch, advocate van de burgerlijke partijen, sprak van het "levend bewijs" dat wordt gevormd door hen die aan de massamoorden zijn ontsnapt. Zij riep op de getuigen te geloven. De verdediging had de zwakte en het tegenstrijdig karakter van de getuigenissen benadrukt. De burgerlijke partijen hebben met vreugde gereageerd op de uitspraak. "Dit is een grote opluchting en een grote vreugde voor alle slachtoffers", aldus mr. Luc Walleyn. "Dit toont aan dat de juryleden vertrouwen hebben gesteld in de getuigen", zo luidt het. "Deze uitspraak maakt het voor mij mogelijk mijn status als slachtoffer achter mij te laten, te rouwen, mijn verdriet te vergeten en te vergeven als mij dat wordt gevraagd. En ik hoop dat men mij dat zal vragen", zo verklaarde een vrouw die een deel van haar familie verloor in de massamoord in Kibungo. Mr. Michèle Hirsch verklaarde "zeer gelukkig" te zijn met deze overwinning "voor alle overlevende slachtoffers", met name "de verkrachte vrouwen die in de loop van dit proces voor de eerste maal hebben durven spreken, en die zijn gehoord". Mr. Marie-Jeanne Kayijuka ziet "een bemoedigend teken" voor de processen inzake de Rwandese volkerenmoord die nog zullen volgen. "Deze uitspraak toont aan dat België zeer wel in staat is recht te spreken inzake misdaden die in Rwanda zijn gepleegd", zo luidt het. De verdediging heeft niet op de uitspraak willen reageren.

Het openbaar ministerie en de verdediging zullen vandaag vanaf 14:00 uur over de strafmaat pleiten. Daarna zullen de jury en het hof in beraad gaan om die strafmaat te bepalen.

Dit was de tweede maal dat in België op basis van de gewijzigde genocidewet een proces werd gehouden over de volkerenmoord in 1994 in Rwanda. In 2001 werden vier Rwandezen veroordeeld tot straffen variërend van 12 tot 20 jaar.