"Lijkwade van Turijn is vervalsing"

Volgens het Franse tijdschrift

Science et Vie

' is de Lijkwade van Turijn wel degelijk een vervalsing. In het juli-nummer meldt het tijdschrift dat men er met een bekende middeleeuwse techniek in geslaagd is een vervalsing van de Lijkwade van Turijn te maken.

Belga

Volgens de overlevering is het Turijnse doek de lijkwade waarin het lichaam van Christus werd gewikkeld nadat zijn apostelen het van het kruis hadden gehaald. Sinds eind 18de eeuw in Turijn de eerste foto's van de lijkwade genomen werden, bleef het doek vrijwel onafgebroken in de belangstelling. De foto's leverden in negatief het portret op van een man die op dezelfde manier was gestorven als Jezus. Belangrijk argument tegen de beschuldiging van vervalsing was dat de fotografie toen pas in haar kinderschoenen stond.

'Science et Vie' schrijft nu dat dit argument geen steek houdt. Het tijdschrift gaf een kunstenaar opdracht om een basreliëf te maken van een gezicht dat op dit van Christus lijkt. De kunstenaar gebruikte een linnendoek dat op het basreliëf gelegd werd, zodat het doek over het gelaat open geplooid lag. Met gebruik van katoenwol goot hij daarna voorzichtig ijzeroxide, dat gemengd was met gelatine, op het doek om bloedachtige vlekken te maken. Wanneer het doek binnenstebuiten geplooid werd, bleven de omgekeerde vlekken, die uiteindelijk het bekende beeld van de gekruisigde Christus opleverden.

'Science et Vie' onderstreept dat gelatine in de Middeleeuwen frequent gebruikt werd door kunstenaars als fixeermiddel om pigmenten met een doek of hout te binden. Het eindresultaat bleek wasbestendig te zijn, tot 250 graden Celsius.

Voorstanders van de authenticiteit van de Lijkwade van Turijn hebben steeds gesteld dat het doek geen vervalsing is, omdat er nergens verfsporen te bespeuren zijn, maar 'Science et Vie' toont nu dat het doek vrij gemakkelijk kon gemaakt worden met een techniek die in de Middeleeuwen welbekend was. Jacques di Costanzo, van het Universiteitsziekenhuis van Marseille, vermoedt dat de vervalsers een basreliëf, een beeld of een menselijk lichaam gebruikt hebben om de driedimensionale afbeelding te bekomen. Dat gebeurde in een tijd dat de verkoop van relikwieën een lucratieve bezigheid was.

Di Costanzo deed nog enkele andere experimenten, maar de sporen daarvan verdwenen telkens als er geen gelatine gebruikt werd. Zelfs als het doek 36 uur over het gelaat gelegd werd - de geschatte tijd tussen de dood en verrijzenis van Christus - leverde dat geen enkel resultaat op.

In 1988 stelde een groep wetenschappers een grondig onderzoek in naar de authenticiteit van de lijkwade met behulp van de 'koolstof 14'-methode. Dat toonde aan dat de lijkwade hoogstens uit de 13de-14de eeuw zou stammen. Maar de aanwezigheid van plantenpollen uit de streek én de tijd van Jezus en een aantal andere recente ontdekkingen, samen met twijfels over de nauwkeurigheid van de eerder gebezigde C14-methode, zorgden ervoor dat andere wetenschappers toch voor de authenticiteit van de lijkwade blijven pleiten.

'Science et Vie' stelt dat het nu alvast het belangrijkste argument van de voorstanders voor de authenticiteit van het doek weerlegd heeft.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.