Ontbreken gen op X-chromosoom verstoort opbouw hersenzenuwcellen

Onderzoekers van de KULeuven en verbonden aan het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB) hebben ontdekt dat het ontbreken van een gen op een X-chromosoom de opbouw van de hersenzenuwcellen verstoort.

Belga

BR> Ze kwamen tot die vaststelling in het kader van hun onderzoek naar het fragiele-X-syndroom. Dat is de meest voorkomende erfelijke oorzaak van een mentale handicap.

Patiënten die aan het fragiele-X-syndroom lijden, vertonen een aantal fysieke en psychische symptomen. Ze hebben veelal een grote kin, afstaande oren en een hoog voorhoofd. Als opgroeiend kind hebben ze soms motorische achterstand of spraakachterstand. Ze vertonen gedragsproblemen als puber en na het opgroeien blijven ze vaak kampen met een mentale achterstand of handicap. Het syndroom komt voor bij 1 op 4.000 mannen en bij 1 op 8.000 vrouwen.

Men weet al sinds 1991 dat de aandoening genetisch bepaald is en dat ze voortkomt uit een defect op het vrouwelijke X-chromosoom. Een genetische wijziging zorgt ervoor dat het FMRP of Fragile X Mental Retardation Protein haar functie verliest. Die wijziging situeert zich op de lange arm van het X-chromosoom. In sommige patiëntenstalen lijkt dit chromosoom dunner en breekbaarder, vandaar de naam.

Hoe dit genetisch defect de patiënt opzadelt met een ietwat ander uiterlijk en mentale achterstand was tot nog toe onbekend.

Simon Reeve en Laura Bassetto hebben nu onderzoek gedaan bij fruitvliegjes die ook problemen hebben door verminderde of geen aanmaak van FMRP (vergelijkbaar met het menselijke FMRP).

Uit hun onderzoek kon worden afgeleid dat door het ontbreken van een gen op het X-chromosoom de opbouw van hersenzenuwcellen verstoord wordt. Fruitvliegjes die geen FMRP aanmaken, maken meer profiline aan. Dat eiwit reguleert op zijn beurt de dynamica van actine. Actine werkt als een soort "stelling" die de cel vorm geeft en ondersteunt. Teveel profiline brengt de actine in de war en daardoor ontstaan er abnormale vertakkingen van zenuwcellen.

Bij de fruitvliegjes stelden de onderzoekers inderdaad problemen vast: de hersenzenuwcellen vormden niet meer de juiste patronen. Mogelijk is dat één van de oorzaken voor de achterstand die patiënten met Fragiele-X-syndroom oplopen. De Leuvense onderzoekers hopen dit experiment nu te herhalen op muizen. Maandag verschijnen hun bevindingen alvast in het vaktijdschrift Current Biology.