Burgerlijk proces aircrash Oostende uitgesteld tot 1 december

Print
Het proces omtrent de aircrash in Oostende, dat donderdag werd ingeleid voor de burgerlijke rechtbank van Brugge, is in overleg met alle partijen uitgesteld tot 1 december. Bij de crash op de Oostendse luchthaven kwamen op 26 juli 1997 tien mensen om het leven en raakte een vijftigtal anderen gewond toen een stuntpiloot van de Royal Jordanian Falcons in het publiek neerstortte.
De gerechtelijke procedure over de aircrash startte destijds met een burgerlijk en een strafdossier. In afwachting van de strafzaak werd het burgerlijk dossier echter opgeschort. In die strafzaak werden de veiligheidscoördinator en de vluchtdirecteur vervolgd. Beiden werden zowel in eerste aanleg als in beroep vrijgesproken. In de burgerlijke zaak dagvaardden de slachtoffers onder meer de verzekeraar van de piloot, het Vlaamse Gewest, de stad Oostende en Belgocontrol.
De rechtbank stelde donderdag met de betrokken partijen een planning op voor het verdere verloop van de procedure. Ook het strafdossier zal aan de bundel worden toegevoegd. De eisende partijen kunnen over dat dossier uiterlijk tot 17 oktober hun conclusies vormen. De verdedigende partij moet voor 18 november antwoorden. Op 1 december zullen dan de pleidooien plaatsvinden.
De rechter vroeg donderdag ook dat er zoveel mogelijk definitieve schade-eisen zouden worden geformuleerd om de procedure niet opnieuw te rekken. Ook alle administratie omtrent de minderjarige slachtoffers, die intussen meerderjarig zijn, moet tegen die datum helemaal in orde zijn.

.

Nu in het nieuws