Armoederisico in België bedraagt 15,2%

Print
Het armoederisico in België bedraagt 15,2 pct. Voornamelijk vrouwen en 65-plussers lopen een hoger risico om in armoede te leven dan mannen en personen jonger dan 65 jaar. Dat blijkt uit een enquête naar inkomens en levensomstandigheden van Belgische huishoudens door de federale overheidsdienst economie, kmo, middenstand en energie.
Uit de enquête - gehouden in 2003 bij 6.000 huishoudens - blijkt dat het armoederisico in België 15,2 pct bedraagt. Dit betekent dat 15,2 pct van de bevolking in een huishouden woont waar het beschikbaar inkomen onder de 60 pct ligt van het nationaal mediaan inkomen op individeel niveau of beneden 9.270,67 euro. De armoederisicodrempel voor een gezin van 2 volwassenen met 2 kinderen bedraagt 19.468,4 euro.

Dit armoederisico ligt bij vrouwen op 16,2 pct (14,2 bij mannen), en bij 65-plussers op 22,6 pct (13,8 pct voor mensen jonger dan 65). Een job is een belangrijke buffer tegen armoede. Het armoederisico van werkenden (6,4 pct) is beduidend lager dan dat van werklozen (32 pct) en niet-actieven (23,1 pct). Alleenstaanden (22,5 pct) en alleenstaande ouders (31,2 pct) zijn ontzettend gevoelig voor armoede. Huurders (24,6 pct) lopen een hoger risico op armoede dan eigenaars (12,1 pct).
Uit de peiling blijkt verder dat 20 pct van de bevolking met de hoogste inkomens 4,3 maal het inkomen hebben van deze van de 20 pct met het laagste inkomen.
Voorts blijkt dat 79,9 pct van de huishoudens in hun woning beschikken over alle basiscomfort (bad of douche, toilet met waterspoeling in de woning, centrale verwarming, warm stromend water), 55,6 pct beschikt over een auto, kleurentelevisie, telefoon en computer en 87,4 pct beschikt over ten minste drie van deze vier consumptiegoederen.

Wanneer men de globale situatie subjectief evalueert, heeft 61,9 pct van de gezinnen geen problemen om financieel rond te komen.

.

Nu in het nieuws