Europees ruimtevaartbureau ESA blaast 30 kaarsjes uit

Dinsdag is het dertig jaar geleden dat het Europese ruimtevaartbureau ESA het levenslicht zag. Europa is ondertussen de derde ruimtevaartmogendheid ter wereld geworden.

Belga

ESA ("Eropean Space Agency") geldt voor velen als een schoolvoorbeeld van Europese samenwerking. Vóór 1975 was er al wel samenwerking inzake ruimtevaart, maar via twee organisaties (ESRO en ELDO) die in de uitdrukking met "vallen en opstaan" vooral het eerste werkwoord op zich van toepassing zagen. Dat was in het bijzonder het geval voor de Europa-1 en Europa-2 raket die nooit slaagde.

Niet in het minst onder Belgische impuls bundelden in 1975 tien Europese landen hun krachten inzake ruimtevaart in één organisatie, de ESA met zetel in Parijs en nog enkele andere vestigingen doorheen Europa zoals het technologie- en onderzoekscentrum Estec in Noordwijk. Ondertussen zijn er zestien lidstaten en is de samenwerking met de Europese Unie sterk aan het groeien, met als speerpunt het satellietnavigatiesysteem Galileo.

Eén van de eerste succesjes van ESA was al in 1975 de geslaagde lancering van de COS-B satelliet, zo herinnert de Belg Roger Elaerts zich. Hij was er al van in de pioniersjaren bij en is nu hoofd van de afdeling "educatie" na ook al de PR-divisie te hebben geleid.

Dé grote doorbraak voor ESA kwam er met Kerstmis 1979 van de allereerste Ariane-draagraket die vooral met het type Ariane-4 de wereldmarkt kon beheersen. Overigens geldt de Belg Raymond Orye als "de vader van de Ariane".

In ieder geval heeft Europa een vrije toegang tot de ruimte, en moet het niet steeds bij andere ruimtevaartmogendheden als de VS en Rusland aankloppen om zijn wetenschappelijke, meteorologische en aardobservatiesatellieten gelanceerd te zien.

Nu in het nieuws