Definitief statuut Kosovo: Belgrado en Pristina houden het been stijf

Print
Het ziet er niet naar uit dat de Serviërs en de etnische Albanezen op korte termijn rechtstreekse contacten zullen leggen om te praten over de toekomst van Kosovo. Beide partijen stellen zich voorlopig hard en onverzoenlijk op. Dat is gebleken tijdens de diverse ontmoetingen die minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht de afgelopen dagen had met plaatselijke bewindsvoerders.
Het worden cruciale maanden voor Kosovo. In het najaar moeten in principe onderhandelingen starten over het definitieve statuut van de afvallige Servische provincie, die sinds 1999 onder VN-bestuur staat. VN-secretaris-generaal Kofi Annan stelt zeer binnenkort een speciale gezant aan die moet uitmaken of Kosovo voldoende vooruitgang heeft geboekt in de toepassing van de acht standaarden die het in 2003 opgelegd kreeg. Scoort Pristina goed op criteria zoals de bescherming van de minderheden en het respect voor de mensenrechten, dan zouden in september/oktober onderhandelingen kunnen beginnen.
Om te praten, moeten er echter minstens twee partijen rond de tafel zitten. Het probleem is dat de Serviërs en de etnische Albanezen voorlopig niet geneigd zijn mekaar de hand te reiken. "Beide partijen zijn zich aan het ingraven", verwoordde minister De Gucht het na een driedaags bezoek aan Kroatië, Servië-Montenegro en Kosovo dat dinsdagavond eindigde. De Kosovaarse president Ibrahim Rugova en zijn premier Bajram Kosumi sturen onverminderd aan op onmiddellijke onafhankelijkheid voor Kosovo, terwijl de Servische regering in Belgrado vasthoudt aan de formule "meer dan autonomie, minder dan onafhankelijkheid". Dat laatste komt neer op alles, behalve onafhankelijkheid.

.

Nu in het nieuws