Verdediging in Rwanda-proces valt onderzoek aan

Tijdens de namiddagzitting maandag van het tweede Rwanda-proces hebben de advocaten van de verdediging meteen de onpartijdigheid van het onderzoek zwaar in vraag gesteld.

Belga

In zijn proceduremiddelen legde Cédric Vergauwen, advocaat van de eerste beschuldigde Etienne Nzabonimana, meteen de vinger op de wonde: twee personen die tijdens het onderzoek tegenover de Belgische speurders over de gruwelen van de genocide getuigd hebben, vervulden in Rwanda zelf de functie van procureur.

Eén van hen, Didace Nyirinkwaya, had nog voor hij tijdens het onderzoek tegenover het Belgische gerecht getuigde, bovendien reeds nauwe contacten met bepaalde burgerlijke partijen. Vervolgens trad hij als coördinator op van de rogatoire commissies van het Belgisch gerecht. In die functie heeft hij in Rwanda personen die later voor het Belgische gerecht getuigden gecontacteerd en zelfs verhoord. Nyirinkwaya staat ook zelf op de lijst van getuigen die voor het assisenhof moeten verschijnen.

Ook de rol van Theophile Karasira kon voor Vergauwen niet door de beugel. Ook deze persoon was namelijk in Rwanda procureur geweest. Hij heeft tegenover de Belgische onderzoeksrechter getuigd, niet over strafonderzoeken waarbij hij als procureur betrokken was, maar over zijn eigen ervaringen tijdens de genocide, elementen die ten laste worden gebruikt van de beschuldigden. "Het is in ons rechtssysteem onaanvaardbaar dat iemand zowel rechter als partij is", pleitte Vergauwen. Het onderzoek is volgens hem niet onpartijdig gevoerd en het vermoeden van onschuld van zijn cliënt is geschonden. Hij vroeg aan het hof om zijn "voorbehoud" te noteren.

Het openbaar ministerie en de burgerlijke partijen wierpen meteen op dat men geen "voorbehoud" kan maken als verdediging. "U hoort iets concreet te vragen", repliceerde Luc Walleyn, advocaat van de burgerlijke partijen. "Bovendien is een procureur nog altijd geen rechter in een strafzaak", sprong meester Frédéric Clément de Cléty hem bij.

In zijn akte van verdediging vond ook Vincent Lurquin, advocaat van Samuel Ndashyikirwa het onderzoek partijdig. Hij wees erop dat getuigen ten laste en ten ontlaste binnenkort op hetzelfde vliegtuig zullen zitten richting België om in Brussel te komen getuigen. Lurquin zei dat zijn cliënt noch iemand anders op het proces zou durven beweren dat er geen genocide geweest is. Ndashyikirwa pleit echter onschuldig in die tragische feiten.

Het hof zal over deze kwestie over enkele dagen, in de loop van de debatten, een tussenarrest vellen. Een bepaalde datum werd niet meegedeeld.

Bij het begin van de namiddagzitting bleek het achtste jurylid, een vrouw, op het appel te ontbreken. Daarom moest het eerste plaatsvervangende jurylid, eveneens een vrouw, de effectieve jury vervoegen. De verhouding in de effectieve jury blijft hierdoor onveranderd: vijf mannen en zeven vrouwen.

Het hof verleende, met akkoord van alle partijen, ook de personen die op het proces moeten komen getuigen en die reeds burgerlijke partij zijn, toestemming om alle debatten in de rechtszaal te volgen.

Normaal moeten alle personen die nog moeten komen getuigen de zaal verlaten tot na hun getuigenis. Het aantal getuigen die voor het hof moeten verschijnen, is intussen aangegroeid tot 183, zo blijkt uit de recentste lijst die werd samengesteld. Voorzitster Karin Gérard maakte maandagnamiddag duidelijk dat nu reeds vast staat dat die echter lang niet allemaal zullen opdagen.