Landuyt verfijnt veiligheid havens

"De haven van Antwerpen is op veiligheidsvlak meer dan een experiment, zij is een voorbeeld. Die voorsprong willen we behouden." Dat zegt federaal minister Renaat Landuyt. "De harde economische realiteit is dat veiligheid ook een verkoopsargument is geworden. De regering heeft me in die context nu opdracht gegeven om in een tien-puntenoverleg die veiligheid nog te verfijnen."

GPD

Sinds 1 juli 2004 zijn de Vlaamse havens niet meer de gezellige duiventil die ze vroeger (soms) waren. In de nasleep van 11 september en onder druk van Amerika beginnen de havens sindsdien steeds meer te gelijken op luchthavens. Dit dan in toepassing van de zogeheten ISPS-code (international ship and port facility security), de veiligheidscode die Washington verlangde en die door Europa naderhand in een richtlijn werd opgelegd.

"Voor Europa zijn we nu al veilig en is Antwerpen misschien zelfs al de meest veilige haven", zegt de minister. "Als overheid hebben we een inspectiesysteem opgezet dat Europa momenteel bekijkt om het eventueel over te nemen. In elk geval heb ik tijdens mijn bezoeken aan de havens geconstateerd dat de veiligheidsproblematiek reeds volop is opgenomen in het economisch denken. Het is een onderdeel geworden van de economische politiek. Het is een verkoopsargument." "Tot dusver hielden we ons in functie van de Europese richtlijn bezig met het beveiligen van de terreinen. Nu moeten we bekijken hoe we kunnen beveiligen wat er allemaal in die havens circuleert én hoe we dat op elkaar kunnen afstemmen."

"Om iedereen op één lijn te krijgen, heeft de regering mij in de maandelijkse vergadering van het ministeriële comité Veiligheid gemandateerd om dit tien-puntenoverleg te beginnen. Midden volgende maand gaan commissies van experts met alle havengebruikers rond de tafel zitten. Tegen juni hoop ik te weten waar we staan. Eigenlijk droom ik van een veiligheidscongres, bijvoorbeeld in september". Concreet gaan de experts o.m. bekijken hoe scheepsbemanningen volgens uniforme systemen toch aan wal kunnen gaan. Of hoe binnenschippers bezoek kunnen ontvangen. Of hoe en wanneer de poorten op spooraansluitingen zullen worden bediend.

Bij uw bezoek in februari vroeg de sector om concrete richtlijnen zoniet dreigt er een veiligheid-met-twee snelheden: diegenen die investeren en diegenen die afwachten. Zij vroegen bv. 'Zeg ons nu eens hoe hoog een afsluiting moet zijn'. Moet u daarvoor nog een deskundigencommissie aan het werk zetten? Landuyt: Ik begrijp uw ongeduld maar die hoogte hangt bv. af van hoe dicht staat die afsluiting langs de weg? Of langs een gracht? En alle spelers willen wel veiligheid maar willen niet twee keer hun werk doen. Het lijkt me dus niet wijs nu regels op te leggen. Neen, laat ze van onderuit komen. Laten we nu de regels distilleren vanuit dit overleg: voor terminaluitbaters, voor scheepsbemanningen, voor binnenschippers, etc. De alfapas, het elektronische pasje voor alle havengebruikers, is zo van onderuit gegroeid. In dat verband circuleert het gerucht dat u de alfapas zou willen 'decommercialiseren' met andere woorden nationaliseren.

De alfapas blijft zijn commerciële waarde behouden maar zal ook altijd een publiek-private aangelegenheid zijn. Dat is juist een garantie voor het economische draagvlak. Maar de overheid moet hierin sturen. Ik zal bv. de privacyregels moeten aanpassen, rekening houdend met het algemeen belang.

Nu in het nieuws