Populatie van duizenden babysterren in onze achtertuin gevonden

Print
Voor het eerst is in een naburig sterrenstelsel van de Melkweg, de Kleine Magellaanse Wolk (SMC), een populatie van babysterren waargenomen, zo is bekendgemaakt op een conferentie van Amerikaanse astronomen in het Californische San Diego.
Een team rond Antonella Nota van het Europese Ruimtevaartbureau ESA loerde met de Hubble Ruimtetelescoop (HST) naar één van onze galactische buren, de Kleine Magellaanse Wolk, een dwergsterrenstelsel op 21.000 lichtjaar van ons. Dankzij de uitzonderlijke scherpte van de ACS-camera op de Amerikaans-Europese Hubble ontdekten de vorsers in nevel NGC 346 een populatie van jonge sterren die aan het ontstaan zijn. Zij hebben hun waterstofvoorraad nog niet ontstoken voor hun proces van kernfusie.

Nevel NGC 346 in de Kleine Magellaanse Wolk alleen al telt meer dan 2.500 babysterren, waarvan de kleinste maar de helft van de massa van onze Zon heeft. Dezelfde nevel zou in totaal 70.000 sterren omvatten waarvan de oudste populatie 4,5 miljard oud is, ruwweg dezelfde leeftijd als de Zon. De jongere populatie stak pas vijf miljoen jaar geleden de kop op, toen de eerste hominiden op onze planeet op twee benen begonnen te lopen.

Dwergsterrenstelsels zoals de Kleine Magellaanse Wolk gelden als primitieve bouwstenen van grotere sterrenstelsels. Het merendeel van dergelijke type sterrenstelsels bevindt zich ver weg, in de tijd dat het heelal nog jong was. Dankzij het feit dat de Kleine Magellaanse Wolk zo nabij is hebben wij een uniek dichtbijgelegen "labo" om te leren hoe babysterren in het jonge universum ontstonden, aldus de vorsers.
Nu in het nieuws