Zapatero van mening dat regering Aznar "bevolking belogen heeft"

Print
De Spaanse eerste minister Jose Luis Rodriguez Zapatero heeft maandag de regering van zijn voorganger José Maria Aznar ervan beschuldigd "grote leugens" te hebben verspreid over de bomaanslagen van 11 maart in Madrid.
Daarbij kwamen 191 mensen om het leven en raakten meer dan 1.500 anderen gewond.

Zapatero sprak zich uit voor de parlementaire onderzoekscommissie die de bomaanslagen onderzoekt. Volgens hem beschuldigde de toenmalige regering de Baskische terreurbeweging ETA van de aanslagen, terwijl alle bewijzen richting islamitische terroristen wezen. Critici zeggen dat de conservatieve regering zo pogingen deed om een nederlaag tijdens de verkiezingen, die drie dagen later doorgingen, af te wenden.
Zapatero ontkent dat de socialisten de verkiezingen gewonnen hebben doordat vele kiezers de aanslagen toeschreven aan de steun die de toenmalige regering aan de VS had gegeven tijdens het Irak-conflict.

De Spaanse eerste minister ontkende verder dat de Socialistische oppositie de aanslagen aan de Aznarregering wijt, maar is wel van mening dat de regering het islamitische risico heeft onderschat.
Voorts stelde Zapatero aan de Spaanse politieke en sociale machten voor een pact tegen internationaal terrorisme af te sluiten, dat "als model voor de internationale samenleving en vooral voor Europa zou moeten dienen". Eduardo Zaplana van de Conservatieve oppositie is echter bezorgd dat een nieuw pact het reeds bestaande pact tussen de Socialisten en Conservatieven tegen de ETA zou doen vervagen.

De eerste minister kondigde ook nieuwe maatregelen aan tegen het internationale terrorisme, waaronder meer politie-experts en een betere controle van explosieven.
Zapatero was de eerste Spaanse premier die voor een gelijkaardige commissie moest verschijnen. Voor hem werden al verschillende politie-experten, ooggetuigen en voormalige ministers, onder wie Aznar, gehoord.

.

Nu in het nieuws