"NSB-leider Mussert herbegraven in Vlaanderen"

Print
Een Vlaamse nationaal-socialistische groep heeft in de jaren negentig de stoffelijke resten van NSB-leider Anton Mussert op een onbekende locatie in België herbegraven. Dat beweert een van de betrokkenen, Bert Eriksson, maandagavond in het Nederlandse TV-programma TweeVandaag.
Eriksson was in de jaren zeventig voorman van de Vlaamse Militanten Orde (VMO), een extreem-rechtse organisatie die verboden is. Hij weigerde in het interview te zeggen waar de botten nu zijn. "Dat geheim nemen we mee in ons graf", zei Eriksson, die in Zeeuws-Vlaanderen woont. J. Meyers, biograaf van Mussert, zei in de uitzending geneigd te zijn te denken dat het verhaal van Eriksson "authentiek" is.

In 1956 verdwenen de resten van Mussert hoogstwaarschijnlijk van een anonieme begraafplaats in Den Haag. Volgens Meyers staat dat vast. Waar de botten zijn gebleven, is niet bekend. Maar volgens Eriksson bleken ze jarenlang in de achtertuin te liggen van een Nederlander die in de Tweede Wereldoorlog voor de Duitsers vocht. Die 'Oostfronter' benaderde Eriksson op een gegeven moment en drong erop aan het stoffelijk overschot van Mussert opnieuw te begraven in Vlaanderen. Ongeveer tien jaar geleden willigde hij die wens in. "We zijn gaan spitten en na een uur hebben we hem gevonden. Het was een ijzeren of loden cilinder", vertelde Eriksson. Hij gaat ervan uit dat het de resten van Mussert zijn. "Aan de hand van getuigenissen, dus de brieven die in de cilinder zaten".

Mussert en C. van Geelkerken richtten de Nationaal-Socialistische Beweging op 14 december 1931 in Utrecht op. Het door Mussert geschreven Program was grotendeels een vertaling van dat van Hitlers NSDAP, maar de rassenleer en antisemitisme ontbraken erin. De eerste openbare bijeenkomst van de NSB in 1933 trok zeshonderd aanhangers. Begin 1936 telde de partij 52.000 leden. In een brochure in 1937 aanvaardde Mussert het racistische antisemitisme.

.

Nu in het nieuws