Rechtbank buigt zich over nalatenschap Willem Elsschot

Print
Drie kleinzonen van Willem Elsschot willen het literaire nalatenschap van de schrijver verkopen. Maar de rest van de familie verzet zich daar met hand en tand tegen, omdat dat niet de wil was van de overleden schrijver.
De kleinzonen hebben nu een procedure ingespannen voor de burgerlijke rechtbank van Antwerpen. Die heeft zich daar vrijdag over gebogen en zal op 24 december uitspraak doen.

Het is niet de eerste maal dat de familie De Ridder, erfgenamen van de schrijver Willem Elsschot (1882-1960), elkaar bekampen voor de rechtbank. In 1999 wilden de drie kleinzonen belangrijke stukken uit zijn literaire en persoonlijke archief laten veilen in het Brusselse veilinghuis Devroe & Strubbe. Manuscripten, drukproeven, typoscripten en enkele brieven die Louis Paul Boon aan Elsschot schreef, zouden onder de hamer gaan.

Maar dat was buiten de andere familieleden gerekend. Vooral Ida De Ridder, dochter van Elsschot, verzette zich hevig tegen de verkoop. Haar vader had immers in een brief uit 1951 aan het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven (AMVC) uitdrukkelijk gesteld dat niets uit zijn archief ooit verkocht mocht worden.

Elsschot had zijn literaire en persoonlijke archief in bewaring gegeven aan zijn zoon Walter. In de brief uit 1951 liet de schrijver verstaan dat als zijn zoon kwam te overlijden, zijn artistieke nalatenschap best naar het AMVC kon gaan. Maar de erfgenamen van Walter hadden andere plannen met het patrimonium van hun bekende grootvader.

Om de verkoop tegen te houden, daagde Ida De Ridder haar drie neven, de zonen van de in 1992 overleden Walter, in 1999 in kort geding voor de rechtbank. Ze haalde haar slag thuis. De rechtbank oordeelde dat de literaire nalatenschap van de schrijver niet verkocht mocht worden, op straffe van 125.000 euro boete per inbreuk.

Maar de kleinzonen hebben hun verkoopplannen nog altijd niet laten varen en willen nu de uitspraak in kort geding ongedaan maken. Als de burgerlijke rechtbank over de zaak ten gronde in hun voordeel beslist, mogen ze de stukken verkopen. Vonnis op 24 december.
MEEST RECENT