Europese Unie brengt dertien gevechtsgroepen op de been

De lidstaten van de Europese Unie gaan dertien gevechtsgroepen op de been brengen die op zeer korte termijn uitgestuurd kunnen worden naar conflictregio's. Daarover hebben de ministers van Defensie van de EU maandag in Brussel een vergelijk gevonden.

Belga

De ongeveer 1.500 man sterke eenheden (zogenaamde battle groups) moeten in het kader van VN-operaties binnen twee weken ontplooid kunnen worden in regio's die met een plotse veiligheidscrisis te maken krijgen. Frankrijk, Italië, Spanje en Groot-Brittannië zullen elk een eenheid vormen. De overige gevechtsgroepen worden samengesteld uit soldaten van diverse lidstaten. Maandag deden de defensieministers toezeggingen over hun specifieke bijdrage. Zo zal België een eenheid vormen met Frankrijk en één met Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Spanje in het kader van het Eurokorps.

Namens het EU-voorzitterschap verklaarde de Nederlandse minister Henk Kamp dat de eerste gevechtseenheid in 2005 in stelling wordt gebracht. In dat jaar zal Europa dus al één missie kunnen volbrengen. Een jaar later moeten twee teams beschikbaar zijn. Frankrijk, Italië, Spanje en Groot-Brittannië zullen die eerste twee pioniersjaren het dispositief leveren. In 2007 moeten alle dertien gevechtsgroepen operationeel zijn. Op dat moment moeten volgens een rotatiesysteem twee groepen permanent beschikbaar zijn, zodat de EU op eenzelfde moment in maximaal twee crisissituaties kan optreden. Kamp beklemtoonde dat alle lidstaten hebben aangegeven dat ze willen meewerken aan de samenstelling van de Europese 'battle groups'.

De Nederlandse minister verzekerde dat de gevechtseenheden van de EU complementair zullen zijn met de reactiemacht van de Navo. Een rotatiesysteem moet ervoor zorgen dat lidstaten afwisselend bijdrages kunnen leveren aan beide instrumenten. Nederland bijvoorbeeld biedt volgend jaar troepen aan de Navo en zal dan geen Europese inspanning leveren.

Militair neutrale EU-lidstaten als Oostenrijk en Finland nemen eveneens deel aan het initiatief. Anderzijds kunnen Navo-lidstaten die geen deel uitmaken van de EU op hun beurt een bijdrage leveren aan de Europese 'battle groups'. Zo zal Noorwegen zich inschakelen in een groep met Zweden en Finland. Met de oprichting van 'battle groups' wil de Europese Unie haar militaire slagkracht uitbreiden en haar veiligheidsbeleid gestalte geven. Het initiatief is geïnspireerd op het succes van de operatie Artemis in 2003. Toen slaagde een Europese snelle interventiemacht onder leiding van Frankrijk erin de Oost-Congolese stad Bunia te stabiliseren.

"Het akkoord over de battle groups is een flinke stap voorwaarts voor het Europese veiligheids- en defensiebeleid. Europa beschikt nu over een instrument voor crisisbeheersing. We zullen de woorden van ons buitenlands beleid voortaan met daden kracht kunnen bijzetten", zo begroette Kamp de beslissing.

De gevechtsgroepen zullen volgens de Nederlander snel inzetbaar zijn. Interoperabiliteit en militaire efficiëntie zijn belangrijke criteria bij de samenstelling van de eenheden. Aan de groepen kunnen bovendien gespecialiseerde teams worden toegevoegd. Zo zal Cyprus een medisch team ter beschikking stellen.

De defensieministers vergaderden maandag tevens over het Europese Defensie-agentschap (EDA). Dat nieuwe agentschap moet vanaf het begin van volgend jaar volledig operationeel zijn. Het EDA beschikt in 2005 over een budget van 20 miljoen euro en het dispositief zou in de loop van volgend jaar moeten aangroeien tot ongeveer 77 personeelsleden.