Spanje: 38 jaar na ongeluk met Amerikaanse bommenwerper nog straling

Print
Meer dan 38 jaar na het tot hiertoe ergste ongeval met Amerikaanse atoomwapens zijn op de plaats van de ramp in het zuidoosten van Spanje nog steeds radio-actieve stralingen waar te nemen.
De Spaanse regering wil in de provincie Almería, waar in 1966 een Amerikaanse bommenwerper met vier atoombommen neerstortte, een besmet gebied laten onteigenen, zo schrijft de krant El País donderdag. Dat moet verhinderen dat er op die plaats huizen worden gebouwd of akkers komen.

Experten wijzen erop dat er voor de bevolking geen gevaar bestaat omdat de radio-activiteit in de grond, en niet in de lucht, zit. Metingen hebben uitgewezen dat de bodem twintig maal zoveel plutonium bevat als voor een bevolkt gebied gepast is, zo schrijft de krant.

Op 17 januari 1966 kwam een B-52 bommenwerper van de Amerikaanse luchtmacht tijdens het tanken in de lucht met een tankvliegtuig in botsing, waarna het neerstortte. Drie van de vier atoombommen die zich aan boord bevonden, sloegen tegen de grond. Twee daarvan barstten open en besmetten 220 hectare grond met radioactief plutonium.
De Amerikaanse regering liet daarna meer dan één miljoen ton aarde afgraven en voor onderzoek naar de Verenigde Staten overbrengen. De vierde bom werd pas tachtig dagen na het ongeval geborgen. Van de 1.500 bewoners in het nabijgelegen plaatsje Palomares raakte er niemand gewond. Om bij de bevolking de angst voor de radio-actieve straling weg te nemen, baadden de toenmalige Spaanse minister voor Toerisme, Manuel Fraga Tribarne, en de Amerikaanse ambassadeur enkele maanden na het ongeval aan het strand van Palomares in de zee.

.

Nu in het nieuws