Regering ondertekent samenwerkingsprotocol met inlichtingendiensten

De federale regering heeft vrijdag met de staatsveiligheid en de dienst inlichtingen en veiligheid een nieuw samenwerkingsprotocol ondertekend. Het nieuwe protocol voorziet onder meer in permanente samenwerkingsplatformen (bijvoorbeeld over terrorisme of extremisme) tussen specialisten van beide diensten.

Belga

Doel is dat op die manier permanent alle relevante informatie en analyses worden uitgewisseld en dat er gemeenschappelijke operaties worden geprogrammeerd, zo deelden de kabinetten van minister van Justitie Laurette Onkelinx en minister van Defensie André Flahaut mee.

Zij ondertekenden het nieuwe protocol samen met administrateur-generaal Koen Dassen van de Staatsveiligheid en Michel Hellemans, vice-admiraal en onderstafchef van de dienst Inlichtingen en Veiligheid. Het protocol vervangt de tekst die in '97 door de toenmalige ministers Stefaan De Clerck en Jean-Pol Poncelet werd ondertekend.

Het protocol voorziet ook in de oprichting van "punctuele" samenwerkingsplatformen in functie van specifieke behoeften. Een en ander moet het mogelijk maken dat de Staatsveiligheid, die geen verbindingsofficieren in het buitenland heeft, een beroep kan doen op de diensten van de militaire verbindingsofficieren.

De verschillende manieren van samenwerking tussen de diensten zullen door het protocol versterkt worden, aldus de regering. Er is sprake van technische ondersteuning tussen beide diensten en ondersteuning bij de opleiding van agenten. Beide diensten kunnen briefings en cursussen geven of de installaties van de andere dienst bezoeken.

De inzet van coördinatie-officieren moet ervoor zorgen dat de synergieën makkelijker tot stand komen. Die officieren zullen onder meer de aanvragen van de andere dienst naar de bevoegde afdeling of persoon verwijzen en zorgen voor de follow-up, ook van de akkoorden die werden bereikt in de platformen. Op lange termijn is het de bedoeling dat er echte verbindingsofficieren komen.

De personen die aan het hoofd staan van de inlichtingendiensten zullen verschillende malen per jaar samenkomen om de toepassing van het protocol en de samenwerking te evalueren. De voogdijministers krijgen een gemeenschappelijk rapport van die vergaderingen. De strategische cellen van de ministers van Justitie en Defensie zullen het protocol zesmaandelijks evalueren om een gefaseerd actieplan te ontwikkelen, aldus Onkelinx en Flahaut.