Slachtpartij in Burundi: meer 180 Kongolese vrouwen en kinderen dood

In een vluchtelingenkamp in het westen van Burundi zijn vrijdagavond zeker 180 Kongolese vluchtelingen afgemaakt met machetes en automatische pistolen of levend in brand gestoken.

AP Ned

Dat hebben afgevaardigden van de Verenigde Naties in Burundi zaterdag gemeld. De Burundese Hutu-rebellen van de FNL (Forces Nationales de Libération) hebben de verantwoordelijkheid voor de slachting opgeëist. Zij beweerden dat soldaten van het Burundese leger en strijders van Kongolese stammen zich in het kamp verschuilden.

De meeste slachtoffers bleken echter vrouwen en kinderen, die in hun slaap werden overvallen. Hun verminkte lijken lagen tussen de smeulende resten van de hutten waarin zij verbleven.

De daders zouden het kamp in Burundi vanuit Kongo binnengedrongen zijn. De Burundese president Domitien Ndayizeye noemde de slachting een schande en vroeg de Kongolese regering om te helpen bij het onderzoek dat is ingesteld. Ook de Kongolese president Laurent Kabila veroordeelde de aanval. De VN onderzoekt of de aanval werd uitgevoerd met de hulp van Kongolese strijders van de Mayi Mayi-stam of Rwandese rebellen die zich in Oost-Kongo ophouden.

Het kamp in Gatumba bood onderdak aan Banyamulenge, een etnische minderheid uit Oost-Kongo die verwant is aan Rwandese Tutsi's. Zij vluchtten in mei en juni voor gevechten in de Kongolese provincie Zuid-Kivu.