300 strijders van Al-Sadr gedood in Najaf

De strijd tussen het Amerikaanse leger en de militie van de radicale sjiitische leider Muqtada al-Sadr in Najaf is vrijdag voortgezet. Het Amerikaanse leger beweert in de stad in twee dagen tijd circa driehonderd Iraakse strijders te hebben gedood.

AP Ned

Aan Amerikaanse zijde vielen drie doden en twaalf gewonden. De strijd is overgeslagen naar andere sjiitische steden en ook naar Sadr City, een sjiitische wijk in Bagdad. Daar vielen donderdag en vrijdagochtend negentien doden en meer dan honderd gewonden.

Na twee maanden van relatieve rust laaiden de gevechten donderdag weer op. Amerikaanse gevechtshelikopters vielen militieleden aan die zich schuilhielden op een begraafplaats bij de tombe van Imam Ali, een sjiitisch heiligdom in het oude centrum van Najaf. Amerikaanse soldaten en Iraakse politieagenten trokken op naar de begraafplaats. In de straten van Najaf was geen mens te zien en de winkels bleven gesloten.

Ook in de stad Samarra leverden Amerikaanse troepen slag met opstandelingen. In de Zuid-Iraakse stad Nasiriyah waren Italiaanse soldaten en een politiebureau het doelwit van aanvallen. Acht Irakezen, onder wie vijf opstandelingen, werden gedood. In de stad Amarah, zo'n 290 kilometer ten zuidoosten van Bagdad, bezetten militieleden vier politiebureaus. Ook in Basra, waar Britse troepen donderdag slaags raakten met strijders van Al-Sadr, bleef de toestand gespannen. Vijf militieleden kwamen er om Aanhangers van Al-Sadr deden vrijdag een oproep om het staakt-het-vuren opnieuw te respecteren en vroegen de Iraakse interim-regering en de Verenigde Naties om het geweld te stoppen. De geestelijke zelf gaf in zijn preek de Amerikanen de schuld van het opgelaaide geweld.