Aantal kunstmatige bevruchtingen op tien jaar verdrievoudigd

Print
In ons land is het aantal kunstmatige bevruchtingen in de periode 1989-2001 nagenoeg verdrievoudigd. Het slaagpercentage bleef al die tijd rond 18,8 procent hangen.
Dat blijkt uit informatie van Belrap (Belgisch Register for Assisted Procreation) en staat in het Tijdschrift voor Geneeskunde.

Het aantal kunstmatige bevruchtingen in België steeg van 3.750 in 1989 naar 9.460 in 2001. De toename situeerde zich vooral bij de ICSI-techniek (sperma-injectie) die sinds 1992 wordt toegepast in geval de man onvruchtbaar is. Ook de inplanting van ingevroren en ontdooide embyro's nam toe van 498 tot 2.431, net als het aantal eiceldonaties, dat steeg van 42 in 1994 tot 516 in 2001.

Niettegenstaande de nieuwe ontwikkelingen wijzigde in de loop der jaren de kans op zwangerschap nauwelijks. Het gemiddelde percentage succesvolle zwangerschappen bedroeg voor de hele periode 1989-2001 18,7 procent. Ook in 2001 was dat nog 18,8 procent.

Opvallend is nog dat bij een proefbuisbevruchting alsmaar minder embryo's in de baarmoeder worden geplaatst. Tot halverwege de jaren '90 was het de regel drie embryo's in te planten om de kans op zwangerschap te verhogen. Daardoor volgden er echter meer meerlingengeboortes en verhoogde de kans op overlijden van de foetus of pasgeborene. Vanaf 1997 gingen artsen over tot het plaatsen van twee embryo's en sinds kort houden centra het op één indien de patiënte een goede kans maakt op een zwangerschap. Die beperking is ook gekoppeld aan een KB uit 2003 inzake de terugbetaling van in vitrofertilisatie.

.

Nu in het nieuws