Antwerpse agenten riskeren straf wegens verzuim

Print
Het openbaar ministerie heeft donderdag een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden gevraagd voor vier van de vijf agenten die tijdens de nieuwjaarsnacht van 2002 de radiokamer bemanden toen de 37-jarige Ines Verheggen in haar appartement aan de Esmoreitlaan op Linkeroever werd doodgestoken door Albert Jansen.
De bovenbuurvrouw van Verheggen belde tot vijfmaal toe de politie, maar pas meer dan twee uur na de eerste oproep kwam de politie ter plaatse. Verheggen was even voor de aankomst van de politie overleden. De agenten worden vervolgd voor schuldig verzuim.
Voor een vijfde agent die donderdag op het beklaagdenbankje zat, vroeg het openbaar ministerie de vrijspraak. Hij had gedaan wat hij kon, zo werd geoordeeld.

Filip Van Hende, advocaat van de burgerlijke partij, liet er donderdag geen twijfel over bestaan. Ines Verheggen had gered kunnen worden als de politie had gedaan wat van haar verwacht wordt. "De doodstrijd van Verheggen heeft uren geduurd. Om 5.28 uur kreeg de politie een eerste oproep van bovenbuurvrouw Wouters.
In niet mis te verstane bewoordingen heeft ze de volgende twee uren gebeld om te zeggen dat Verheggen krijste en riep dat de politie gebeld moest worden. De laatste keer belde mevrouw Wouters om 7.30 uur. De politie arriveerde om 7.45 uur. Ines Verheggen stierf om 6.43 uur".

De radiokamer werd tot 6.00 uur bemand door dispatcher Johan Aerts en wachtofficier Claude Cuyl (54). Om 6.00 uur werden zij afgelost door dispatcher Rafaël Van Zele (28), calltaker Anita Anken (46) en wachtofficier Marc Carlier (55). De calltaker die tot 6.00 uur mee in de radiokamer zat, wordt niet vervolgd.

"Dispatcher Johan Aerts heeft om 5.28 uur de eerste oproep van de bovenbuurvrouw doorgekregen van de calltaker. Hij heeft die oproep, met dringend karakter, manueel in de computer ingevoerd en mondeling bevestigd maar hij heeft er niets mee gedaan. Dispatcher Rafaël Van Zele heeft alles gedaan wat hij kon doen. Calltaker Anita Anken heeft de tweede oproep van de bovenbuurvrouw niet ingevoerd, wat een kapitale fout is want hierdoor kon de dispatcher er geen gevolg aan geven", zette meester Van Hende uiteen.
Anken zei donderdag op de zitting dat ze die oproep niet moest invoeren omdat die geen relevante informatie bevatte. "Ik heb wel in de radiokamer geroepen dat de Esmoreitlaan dringend was", verklaarde ze donderdag aan de rechtbank.

"Wachtofficier Marc Carlier wist van de onbeantwoorde oproep maar heeft er niets mee gedaan. Wachtofficier Claude Cuyl, die tot 6.00 uur dienst had, logde reeds uit om 5.33 uur, dus had hij geen overzicht meer van de oproepen.
De briefing die tijdens de ploegwissel plaats moest hebben, was eigenlijk een receptie waarop een glas werd geklonken op het nieuwe jaar. De burger mag toch verwachten dat die receptie na de dienst gehouden wordt", aldus Van Hende.

De verdediging wees donderdag met een beschuldigende vinger naar het hoofdcommissariaat. "De mensen hier op het bankje zijn van de laagste hiërarchie en hebben gedaan wat ze konden. Zij konden niet weten dat er een ernstig gevaar dreigde voor het slachtoffer. Daarenboven hadden de oproep van de bovenbuurvrouw geen dringend karakter: er was geen melding van een wapen of van een effectieve vechtpartij. Een zware ruzie krijgt automatisch prioriteitscode 4. Ook een auto die voor een garage staat en die weggesleept moet worden, krijgt die prioriteitscode. De laksheid bestaat op een hoger echelon", aldus de verdediging.
Op Linkeroever reed die nacht geen enkele patrouille omdat van de ploeg die daar moest rijden, één agent ziek was. De verdediging zei donderdag dat hoofdcommissaris Serge Muyters ervoor had moeten zorgen dat er die avond ploegen beschikbaar waren op Linkeroever. Muyters van zijn kant getuigde eerder aan de rechtbank dat hij door de radiokamer niet op de hoogte was gebracht van dit probleem. Vonnis op 30 juni.

.

Nu in het nieuws