Rubens 2004: landschapsschilders centraal

Print
In het kader van Rubens 2004 loopt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) vanaf donderdag de tentoonstelling 'De uitvinding van het Landschap. Van Patinir tot Rubens 1520-1650'.
De expositie wil met een honderdtal werken een staalkaart bieden van wat er tussen deze twee kunstenaars geschilderd, getekend en gegraveerd werd, deelt algemeen directeur Paul Huvenne van het KSMKA donderdag mee. Begin 16de eeuw evolueerden het pittoreske of fantastische achtergronddecor naar een volwaardig genre. Deze landschapsschilderkunst is zelfs een 'Antwerpse' uitvinding. Echt populair werd het landschap in het 17de eeuwse Holland en in het 19de eeuwse Europa. Het KMSKA heeft in de loop der tijden een verzameling van landschapsschilders opgebouwd. Zo zijn er werken van Jan Bruegel, Jan Wildens, Paul Bril, Kerstiaen de Keuninck, Joos de Momper de jonge, Bonaventure Peeters en Lucas van Uden.

Een belangrijke vaststelling is dat er maar weinig aandacht aan landschapschilderen werd besteed voor, ten tijde en na Rubens. De verdiensten van deze meesters bleken al te vaak in de schaduw van de barokschilders te staan. Daar wil deze tentoonstelling verandering in brengen. Alle subgenres komen aan bod. Van stadsgezichten tot pastorale landschappen waarin de ideale natuur wordt verheerlijkt. Van jachttaferelen tot spirituele panorama's die de kijker moeten aanzetten tot meditatie.

In de 17de eeuw is het landschap emotioneler, vol levenskracht of als spiegel van de getormenteerde ziel. Als in andere vakgebieden kan Rubens ook hier aangeduid worden als pionier. In zijn latere leven voelde hij zich aangetrokken tot het Brabantse landschap waarin mens en natuur harmonisch samengaan.

De tentoonstelling 'De uitvinding van het Landschap. Van Patinir tot Rubens 1520-1650' besteedt tevens bijzondere aandacht aan de studietekeningen van onder meer Pieter Bruegel de Oude en Pieter Paul Rubens.
Nu in het nieuws