Nieuwigheden bij verkiezingen op 13 juni

Nieuw bij de verkiezingen voor het Europees Parlement is dat er geen 25, maar 24 Belgische parlementsleden worden verkozen, waarvan 14 zetels worden verdeeld door het Nederlands kiescollege, 9 door het Frans kiescollege en 1 door het Duitstalige. Bij alle raden, behalve de raad van de Duitstalige gemeenschap, worden de aparte opvolgers (minimum vier, maximaal zestien) weer ingevoerd. De leeftijd om kandidaat te zijn is verlaagd van 21 naar 18 jaar.

Belga

In Vlaanderen zijn er vijf provinciale kieskringen waarvoor apparantering niet meer mogelijk is en geldt een kiesdrempel van vijf procent. Nieuw is ook dat van de 124 Vlaamse parlementsleden de zes leden die traditioneel vanuit het Brussels parlement worden afgevaardigd (en dus een dubbel mandaat vervullen) op 13 juni in Brussel rechtstreeks zullen verkozen worden.

Concreet zal de Brusselaar op 13 juni eerst voor Europa stemmen en daarna voor de Brusselse hoofdstedelijke raad, ofwel de Nederlandstalige ofwel de Franstalige lijst. Alleen degenen die voor de Nederlandstalige lijst kiezen, krijgen een aparte lijst voor zich met zes effectieven en zes plaatsvervangers voor de mandaten in het Vlaams Parlement.

Wallonië stemt nog via arrondissementele kieskringen voor het toekennen van de 75 zetels in het Waals Parlement. In totaal zijn er in Wallonië 13 kieskringen: vijf voor Henegouwen, drie voor Luik, twee voor Namen, twee voor Luxemburg en één voor Waals-Brabant. Als gevolg van de resultaten van de laatste volkstelling krijgen Dinant-Philippeville en Nijvel er een zetel in het Waals Parlement bij en verliezen Charleroi en Luik er één.

In Wallonië geldt een dubbele kiesdrempel van vijf procent. Er is niet alleen een drempel van vijf procent per kieskring, maar de partijen moeten in de hele provincie ook vijf procent van de stemmen halen om in aanmerking te komen voor de aanvullende zetelverdeling (apparantering) op provinciaal vlak.

In Brussel is er één kieskring. Nieuw is dat het aantal zetels in het Brussels parlement verhoogt van 75 naar 89, waarvan 72 worden toegekend aan de Franse taalgroep en 17 aan de Nederlandse taalgroep. Om in aanmerking te komen voor apparantering geldt ook een kiesdrempel van vijf procent. Ook Duitstalig België werkt maar met één kieskring.

Nu in het nieuws