Dexia Bank "niet geïnformeerd" over beweegredenen achter onderzoek

Dexia Bank is niet geïnformeerd over de precieze beweegredenen die aan de basis liggen van de inverdenkstelling van de vier topbankiers Narmon, Onclin, Bouteille en Dumortier. Bovendien heeft de bank geen toegang tot het strafdossier en kan ze dus geen verdere verduidelijking geven omtrent de zaak, zo stelt Dexia dinsdag in een persbericht. De bank reageert daarmee op een artikel in de krant De Tijd van dinsdag waarin gesteld wordt dat de vier in verdenking gebracht zijn voor schriftvervalsing.

Belga

Volgens de persmededeling heeft de inverdenkingstelling betrekking op oude en gekende feiten die dateren van vo/o/r 1999. De heren Narmon en Onclin waren toen respectievelijk voorzitter en lid van het directiecomité van de bank. De heer Dumortier was verantwoordelijk voor de distributie en de heer Bouteille, huidig lid van het directiecomité van de bank, was verantwoordelijk voor de afdeling marketing. Dexia wijst er ook op dat er in het verleden al huiszoekingen gedaan werden in de banklokalen in het kader van dit onderzoek.

Het strafonderzoek was gericht op bepaalde procedures betreffende de liquidatie van tegoeden van klanten. Hierdoor zouden sommige klanten hebben kunnen ontsnappen aan hun verplichtingen inzake successierechten. Dexia meent dat "de toen in voege zijnde procedures rechtmatig en noodzakelijk waren voor haar goede werking en dat de toepassing ervan door de diensten van de bank adequaat was en conform aan het oogmerk waarvoor deze procedures werden ingevoerd".

Het bericht besluit met de mededeling dat Dexia Bank haar medewerking verleent aan het gerecht en dat de betrokkenen onschuld blijven genieten tot het tegendeel is bewezen. "De bank behoudt haar vertrouwen in de in verdenking gestelde personen en wacht het vervolg van de procedure met sereniteit af", zo luidt het nog.

Nu in het nieuws