Leer kinderen zelfredzaamheid

Print
Een kind snel en efficiënt leren hoe het zichzelf moet aankleden en het uitleggen dat het niet echt aangewezen is om met een spijker in een stopcontact te koteren, ligt niet voor de hand. Het leerproces kan gepaard gaan met spanningen, onwil en geschreeuw. Marijke Bisschop en Theo Compernolle, die beiden jarenlange ervaring hebben in werk met kinderen en in de psychiatrie, leggen in het boek 'Je kind kan het zelf' uit hoe je een kind op een vlotte en aangename manier zelfredzaam kan maken.
BR>
Volgens de auteurs moet je een nieuw gedragspatroon bij een kind stap voor stap aanleren. Begin nooit aan een volgende stap als de vorige niet helemaal gezet is. Na een kort theoretisch gedeelte komt een praktisch deel met werkbladen met tekeningetjes om stap voor stap handelingen aan te leren als veters knopen, tanden poetsen, neus snuiten, zindelijk worden, jas aantrekken en aanwijzingen leren opvolgen.
Voor echt onhandelbare kinderen hebben de auteurs iets aparts bedacht: de TAVA-methode (Totale Afzondering Van Aanmoediging). "Het komt erop neer dat het kind heel kort, slechts enkele minuten, wordt afgezonderd in de ruimte waar geen enkele afleiding of beloning is: geen mensen, dieren, speelgoed... De ruimte mag echter niet donker of angstaanjagend zijn. TAVA moet elke keer worden toegepast wanneer het kind ongewenst gedrag vertoont, maar tegelijkertijd moet je ook beginnen met een aanmoedingsprogramma voor gewenst gedrag. Leg je kind uit waarom het in TAVA moet, en zeg er ook bij dat wanneer het begint te brullen of tegen de deur te schoppen, er een paar minuten afzondering bijkomen. Kom je aan een maximum van bijvoorbeeld tien minuten, dan mag het kind die avond geen tv kijken. Maar meestal is die maatregel niet nodig, meestal helpt TAVA vrij snel."

Straf is volgens de auteurs een noodrem die op zich helemaal niets oplost. Met straf maak je snel iets duidelijk, maar verwacht geen blijvende resultaten als je niet meteen ook het tegenovergestelde gedrag aanleert en aanmoedigt.

Nadelen van straffen

  • - Straf onderbreekt onmiddellijk het ongewenste gedrag, maar op langere termijn bereik je er zeer weinig, dikwijls helemaal niets of soms zelfs precies het tegenovergestelde mee van wat je wilt.
  • - Straffen is een slecht voorbeeld. Ouders die (agressief) straffen, krijgen agressief gedrag terug.
  • - Straffen verknoeit de stemming in het gezin.
  • - Straffen is zeer beperkt. Je kunt niet blijven slaan of schreeuwen.
  • - Een kind houdt ongewenst gedrag vaak langer vol dan jij je straf. Dat is voor het kind een aanmoediging om met het ongewenste gedrag verder te gaan.
  • - Je weet nooit helemaal zeker of de straf ook werkelijk als straf werkt. Straf blijkt soms een aanmoediging te zijn van het ongewenste gedrag in plaats van een ontmoediging.
  • - Straf heeft alleen maar effect als de straffer in de buurt van het kind blijft.
  • - Het kind legt snel een verband tussen het onaangename van de straf en de persoon van de straffer. Zo kan alleen al de aanwezigheid van de straffer als zeer onaangenaam worden ervaren. De relatie tussen kind en ouder (gestrafte en straffer) komt dan in gevaar. De ouder wordt een soort boeman die niet meer geloofwaardig is als hij op een gegeven moment gewenst gedrag aanmoedigt. Dat is een slechte situatie. De als onaangenaam ervaren aanwezigheid van de straffer kan zo zelfs elk gewenst gedrag doen afnemen.
  • - Als een kind vaak wordt gestraft, krijgt het een gevoel van minderwaardigheid, in de zin van 'ik kan niets, ik doe niets goed'. Aanmoediging van gewenst gedrag daarentegen stimuleert het zelfvertrouwen, en het vertrouwen in de aanmoediger.


Tips om goed te straffen

  • - Als je straft, moet je elke keer bij ongewenst gedrag straffen. Anders wordt jouw gedrag voor het kind onbegrijpelijk en onredelijk. Als je maar af en toe straft, loop je bovendien het risico dat het ongewenste gedrag hardnekkiger wordt.
  • - De straf moet onmiddellijk aansluiten op het ongewenste gedrag, net als een aanmoediging meteen moet aansluiten op gewenst gedrag. Kinderen moeten het verband kunnen zien tussen hun gedrag en jouw reactie. Dit is dubbel zo belangrijk bij heel jonge en bij minder intelligente kinderen.
  • - Begin bij het afleren van het ongewenst gedrag bij de eerste stap. Je moet het ongewenst gedrag als het ware bij de wortel uitroeien. Als twee kinderen elkaar telkens in de haren vliegen, moet je niet wachten tot het weer zover is. Je moet ingrijpen bij het eerste teken dat het opnieuw de verkeerde kant uitgaat. Je moet dus heel goed observeren, zodat je precies ziet wanneer het de verkeerde kant uitgaat. En dan moet je meteen optreden.
  • - Straf moet logisch zijn en ligt best in de sfeer van het ongewenste gedrag. Een kind dat geld gestolen heeft, moet geen pak slaag krijgen, maar moet iets doen om het geld terug te betalen.
MEEST RECENT