Ford Genk bestaat veertig jaar

Print
Het is vrijdag precies veertig jaar geleden dat bij Ford in Genk de eerste Taunus van de montageband rolde. Ford richtte de fabriek in Genk net op tijd op om het banenverlies van de mijnen op te vangen. Het aantal Ford- werknemers steeg door de jaren tot 15.000. Na de jongste herstructureringen blijft nog minder dan de helft van hen over.
Ooit was Ford Genk nog de grootste werkgever van Limburg. De eerste steen voor Ford Genk werd op 24 oktober 1962 gelegd. Er werd al geproduceerd in 1963, maar de officiële startdatum was 2 januari 1964. In 1982 startte Genk met de productie van de Sierra en dat betekende de grote doorbraak. Van '82 tot 1992 werden er 2,7 miljoen van geproduceerd.

Daarna ging het bergaf. De vestiging van Ford in Genk kende de voorbije tien jaar meerdere inkrimpingen. In 1999 dook het aantal arbeiders voor het eerst onder de 10.000. Vorig jaar dan kreeg Genk een nieuwe klap te verwerken. Op 1 oktober 2003 werd bekend dat 3.000 werknemers, van wie 2.900 arbeiders, ontslagen worden.
De beloofde investeringen van 900 miljoen euro om de fabriek klaar te maken voor de assemblage van de nieuwe Ford Focus komen er niet en het geplande vertrek van de Ford Transit gaat verder. Ford schafte ook de nachtploeg af, die aan de Mondeo werkte. Na het bekendmaken van het verdwijnen van 3.000 banen door Ford Europa, verzekerde de directie in Genk dat het niet tot een gehele sluiting komt.

Volgens Pierre Vrancken, vakbondsafgevaardigde van het ABVV is er geen enkel teken van feeststemming. "Na de zware herstructurering zullen de mensen in de eerste maanden helemaal niet aan feesten toe zijn. Het is nu niet gepast te dansen op het graf van de anderen. We zitten in een heel andere wereld. Het zwaartepunt van de herstructurering begint net vandaag met de afvloeiing van de eerste 550 werknemers. In de loop van januari verdwijnt ons goudhaantje, de Transit. Half februari moet de herstructurering rond zijn. Laat ons hopen dat deze dag de aanzet is tot nog eens veertig jaar Ford in Genk", besluit Pierre Vrancken.
Nu in het nieuws