Ex-woordvoerder Kelchtermans: "6 jaar door hel"

Print
Jean Vrijsen, begin jaren negentig woordvoerder van toenmalig Vlaams minister van Leefmilieu Theo Kelchtermans, zei maandag voor de Brusselse rechtbank dat hij door het gerechtelijk onderzoek over de vermeende "nepoffertes", "zes jaar door de hel" gegaan was. Hij had het over de "pitbulls" van het Hoog Comité van Toezicht die hem destijds "op crapuleuze manier" urenlang ondervraagd hadden.
Ook communicatiespecialist Noël Slangen en vier anderen waren in die zaak betrokken en werden voor de rechtbank gedaagd. Het openbaar ministerie heeft zowel voor Slangen als voor Vrijsen twintig maanden celstraf met uitstel gevorderd. Maandag kregen de beklaagden het laatste woord. Enkel Vrijsen was in persoon aanwezig. De rechtbank zal op 7 januari een vonnis vellen. Vier bedrijfsleiders van communicatiebureaus, onder wie Slangen, hebben toegegeven dat ze destijds afspraken hadden gemaakt over in te dienen offertes voor overheidsopdrachten - sensibiliseringscampagnes - van het kabinet Kelchtermans, met als doel dat Slangen de opdrachten, goed voor zo'n anderhalf miljoen euro, zou binnenrijven. De andere drie dienden duurdere offertes in. Alleen beweert Slangen dat dat in die tijd niet verboden was en het als dusdanig niet om "nepoffertes" gaat.

Vrijsen wilde maandag zijn hart luchten. "Ik maak hier al zes jaar iets mee, waar ik niets van af weet. Ik weet niets van afspraken tussen deze bedrijven. Ik heb mij voor die sensibiliseringscampagnes altijd laten bijstaan door mensen van de Inspectie van Financiën. Plotseling stonden wij met die campagnes in het blunderboek van het Rekenhof en ik begreep niet waarom", zei de ex-woordvoerder, vandaag nog steeds actief in de communicatie. "Maar ik ondervind nog dagelijks schade door deze zaak", besloot hij.

Vooraleer Vrijsen het laatste woord kreeg, probeerde openbaar aanklager Guido Soetemans een aantal argumenten van de verdediging onderuit te halen. Volgens hem is de zaak geenszins verjaard, noch is de redelijke termijn overschreden. Hij wees erop dat het parket van Brussel, door zijn onderbemanning, eigenlijk geen enkel dossier van enige omvang binnen de twee jaar voor de rechtbank kan brengen. Indien in deze zaak de redelijke termijn zou overschreden zijn, "wat dan met de zaken Delcroix, Beaulieu of Senelle?" vroeg de parketmagistraat zich af. Voor Soetemans heeft deze zaak een belangrijke voorbeeldfunctie voor de gang van zaken bij inschrijvingen voor overheidsopdrachten. Tenslotte was er volgens het openbaar ministerie in deze zaak wel degelijk sprake van schriftvervalsing "wat al sinds Napoleon strafbaar is".

.

Nu in het nieuws