Wereldtop gaat op zoek naar geld om digitale kloof te dichten

Print
Van 10 tot 12 december zakken een 60-tal staatshoofden naar Genève af voor de eerste ronde van de Wereldtop over de Informatiesamenleving. Op 6 december werd onder Zwitserse bemiddeling een consensus gevonden over 98 procent van de principeverklaring en het actieplan om de digitale kloof tussen arm en rijk te dichten. Onopgelost blijft de centenkwestie. De VS, Europa en Japan willen niet ingaan op de eis van ontwikkelingslanden om met een nieuw "digitaal solidariteitsfonds" ervoor te zorgen dat minder mensen door de mazen van het internet vallen.
De topbijeenkomst gaat uit van het idee dat informatie en kennis cruciale productiefactoren zijn voor de toekomst. Wie geen toegang heeft tot het internet en andere communicatiemiddelen, dreigt hopeloos achterop te raken. De Verenigde Naties willen voorkomen dat de bestaande economische en sociale ongelijkheid tussen Noord en Zuid nog wordt uitgediept door een digitale kloof. Vandaar het initiatief om de internationale gemeenschap te mobiliseren voor een eerste ronde in Genève en een tweede sessie in 2005 in Tunis. Momenteel heeft slechts tien procent van de aardbewoners toegang tot het internet en heeft de helft zelfs nog nooit een telefoon in handen gehad. Om daar iets aan te veranderen, somt het actieplan tien doelstellingen op die tegen 2015 realiteit moeten worden. Tegen dan moet meer dan de helft van de wereldbevolking op het internet kunnen surfen en moet elke universiteit, bibliotheek, ziekenhuis en dorp op de wereld op het internet zijn aangesloten.

Ngo's, bedrijven en regeringen hebben als gelijkwaardige partners bijgedragen tot de voorbereiding van de top. Deze nieuwe formule moest de critici van in het begin bij het besluitvormingsproces betrekken, maar heeft de voorbereidingen niet vergemakkelijkt. De ngo's vinden namelijk dat het op de top niet alleen mag gaan over technische aangelegenheden als het aantal computers en internetaansluitingen. Ze vinden dat er expliciete garanties moeten komen voor "kennis en communicatie als mensenrecht", voor persvrijheid, pluralistische media en open softwarestandaarden. Zo'n open informatiesamenleving is niet naar de zin van landen als China, Egypte, Pakistan en Vietnam, die willen controleren wat hun bevolking op het internet te zien krijgt. China verzette zich tot afgelopen weekend tegen elke verwijzing naar het VN-charter over de rechten van de mens (1948) in de ontwerpteksten. Hetzelfde gold voor garanties voor onafhankelijke en pluralistische media als behoeders van het recht op vrije meningsuiting.

Claims als "de informatie op het internet moet toegankelijk zijn voor iedereen" en het debat over software met open standaarden zorgen dan weer voor zenuwachtigheid bij de Verenigde Staten en enkele grote industrielanden. Zij verdedigen de belangen van commerciële mediaconglomeraten en softwaregigant Microsoft, die hun informatie en programma's tegen betaling aanbieden. In de compromistekst krijgen de VS hun zin. De copyrightskwestie wordt doorgeschoven naar de Wereldhandelsorganisatie, waar niet-gouvernementele pottenkijkers niet mee aan tafel zitten. In vijf regeltjes wordt vastgesteld dat "betaalbare software een belangrijke component is van een inclusieve informatiesamenleving". Een afgeleid debat is de vraag of het Amerikaanse bedrijf ICANN bevoegd kan blijven voor de toekenning van domeinnamen en IP-adressen op het internet. De ontwerpverklaring geeft VN-secretaris-generaal Kofi Annan de opdracht een werkgroep te richten met vertegenwoordigers van regeringen, intergouvernementele organisaties, ngo's en de bedrijfswereld. Die moet op de top in Tunis in 2005 met voorstellen komen over hoe het internet internationaal bestuurd moet worden.

Over de noodzaak van een "digitaal solidariteitsfonds" blijft onenigheid bestaan. De ontwikkelingslanden willen dat de rijke landen via zo'n fonds investeren in de informatie- en communicatie-infrastructuur in het Zuiden. De VS, Europa en Japan beschouwen dat als een taak van privé-bedrijven. De Wereldhandelsorganisatie moet zorgen voor een stabiel investeringsklimaat en garanties inzake patenten en copyrights, zo luidt het.

Het gekrakeel tussen de regeringen heeft heel wat ngo's ertoe gebracht zich te distantiëren van de officiële teksten. De ngo's willen naar eigen zeggen geen verklaring legitimeren die slechts een "kleinste gemene deler" weergeeft en is gedicteerd door louter "technologische en economische belangen". Op het einde van de conferentie zullen ze hun eigen tekst voorstellen. Blikvanger van de Wereldtop is het zogenaamde ICT4D-platform (informatie- en communicatietechnologieën voor ontwikkeling), een reusachtige expositie waarop meer dan 200 kleinschalige ontwikkelingsprojecten te bezichtigen zijn. Het initiatief van het Global Knowledge Partnership en de Zwitserse dienst voor ontwikkelingssamenwerking is een interessant kruispunt voor regeringsorganisaties, ngo's en de bedrijfswereld.

.

Nu in het nieuws