Vanderpoorten: geen maximumfactuur voor ouderkosten

Print
Vlaams minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten (VLD) wil geen maximumfactuur opleggen voor de kosten die scholen aan de ouders mogen aanrekenen. De invoering vorig jaar van een verplichte bijdrageregeling - een lijst van (geschatte) kosten die de school bij het begin van het schooljaar meegeeft aan de ouders - is volgens haar een goede manier om de kosten te drukken of om ouders de mogelijkheid te geven financieel te plannen. Maar er zijn nog heel wat mankementen aan die bijdrageregeling, zo blijkt uit een onderzoek van de HIVA.
In opdracht van het ministerie van Onderwijs heeft dat Hoger Instituut voor de Arbeid (KULeuven) zo'n 1.200 schoolreglementen uitgevlooid, in gewone, buitengewone, basis- en secundaire scholen. Acht op de tien scholen verspreidden vorig jaar al zo'n bijdrageregeling, maar er zijn grote verschillen op het vlak van volledigheid, detaillering en aanpak, zo blijkt. Zo kan eenzelfde schooluitstap verschillen in prijs naargelang de vervoerskosten worden aangerekend, apart in de lijst gezet, door het oudercomité en niet door de ouders betaald moeten worden, enzovoort. Een vergelijking van de bijdrageregelingen is dus erg moeilijk en de onderzoekers van het HIVA wagen zich op basis daarvan dan ook niet aan een schatting van de schoolkosten in de verschillende netten of onderwijsniveaus.

"Een goede bijdrageregeling moet zowel de verplichte kosten (zoals turnkledij, zwempas in het lager en boeken in het secundair onderwijs) en de niet-verplichte (tijdschriften, meerdaagse schooluitstappen) als de kosteloze posten bevatten", zegt onderzoekster Vicky Heylen. Zonder uitspraak te doen over welk net of welke richting duurder of goedkoper is voor de ouders, stelt ze vast dat er wel grote verschillen zijn in schoolfacturen volgens de grootte van de school. "Maar ook binnen één net zijn er grote verschillen tussen scholen."

De bijdrageregelingen zwengelen volgens de minister de discussie aan binnen de scholen over uitgaven en de noodzaak van bepaalde kostenposten. Ook krijgen de ouders meer zicht op wat een jaar hen zal kosten, hoewel lang niet alle scholen al goed overweg kunnen of willen met de lijst. Zo zijn er bijdrageregelingen die bij veel posten zelfs geen schatting van prijs geven, maar "prijs nader te bepalen" of "prijs onbekend". Andere regelingen gooien alle posten voor de verschillende studiejaren samen op één lijst. Kortom, er zijn grote verschillen tussen scholen onderling.

Een volgende stap in de beheersing van de schoolfactuur kan volgens de minister het participatiedecreet zijn. Daardoor zou vanaf volgend schooljaar de schoolraad - met een grotere vertegenwoordiging van de ouders - zijn instemming moeten geven aan de kosten die ouders aangerekend krijgen. En ook een aantal goede praktijkvoorbeelden moeten andere scholen leren hoe het kan. Daarom werd het HIVA-rapport donderdag voorgesteld in zo'n voorbeeldschool, de stedelijke basisschool in Herdersem (Aalst). De directrice somde een aantal maatregelen op die in haar school zijn genomen om het onderwijs zo "kosteloos" mogelijk te maken: beperking van de culturele uitstappen, geen sneeuwklassen maar uitstappen in België, drankfonteintjes in plaats van frisdrankkaarten, slechts éénmaal per jaar mogelijkheid om tijdschriften te bestellen,...

Wat Vanderpoorten geenszins wil doen, is scholen een maximumfactuur opleggen of hen zeggen hoe ze moeten besparen op uitgaven door de ouders. "Dat is nu eenmaal de autonomie van de scholen en die wil ik respecteren", zei ze donderdag. Discussie tussen ouders, leerkrachten en directie kan wel het bewust omgaan met kosten stimuleren. Zo hoeft de discussie in de school van Herdersem over de drankkaart - schaffen we de frisdrankenkaart voor de leerlingen af of niet, wat uiteindelijk gebeurd is - niet per se negatief te zijn, aldus Vanderpoorten. Want ze sensibiliseert de school en in casu ook de leerlingen.

.

Nu in het nieuws