Pestgedrag bij kinderen

Pesten is van alle tijden en van alle leeftijden. Het gebeurt overal. Kinderen pesten en volwassenen pesten. Pesten gebeurt uit frustratie of uit verveling, omdat de ene de andere niet kan luchten of om te bewijzen dat ze de sterkste zijn. Gelukkig is er de jongste jaren wat aan het veranderen. Pestgedrag wordt herkend. Leraren, jeugdwerkers en ouders vangen de pestsignalen op en trachten het pestduiveltje uit te roeien. De jongste jaren zijn er ook enkele boeken over pesten verschenen die geholpen hebben het taboe te doorbreken. Gisteren werd in de lokalen van 'Jeugd en Vrede' in Brussel nog eens een nieuw boek over pesten voorgesteld. Het kreeg de titel 'Pesten, wat is het, wat doe je eraan?'.

Auteur van het nieuwe pestenboek is Inge Schelstraete. Zij noteerde getuigenissen en geeft een aantal tips terwijl Gie Deboutte, auteur van het vijf jaar geleden verschenen werk 'Pesten, gedaan ermee' (12.000 ex van verkocht) in dit geval adviseerde en de nieuwste inzichten aanbracht in het omgaan met pestgedrag.

Dat pesten soms bijzonder zware gevolgen kan hebben, werd vorige week nog maar eens duidelijk met de zelfmoord van een postbode. Het denken aan zelfmoord is trouwens geen uitzondering bij volwassenen die (als kind) gepest werden: Deboutte toonde grafieken van het Internet waaruit bleek dat bij de zelfmoordpogingen 20% van de volwassenen als kind te maken had met pesten, tegenover 3% bij de niet-gepesten. De gedachte aan zelfmoord stak het hoofd op bij 46% van de vroeger gepesten, tegenover 7% bij niet gepesten.

Het 'waarom'

Volgens Gie Deboutte moet je bij pesten veel méér doen dan alleen maar werken aan het concrete incident. Dan zet je immers enkel maar de dader en het slachtoffer tegenover elkaar, terwijl je er bij pesten moet vanuit gaan dat die twee elkaar weer in de ogen moeten kunnen kijken. Je moet het incident dus opentrekken, een duidelijke analyse maken, verder kijken dan dan wat er gebeurde. Via goede en positieve communicatie - echt wel het sleutelwoord bij pestgedrag - kan je bijvoorbeeld de dader het waarom van zijn pesten laten inzien, terwijl het slachtoffer het waarom kan achterhalen en leren begrijpen.

Zorg dragen voor elkaar, samen zoeken naar oplossingen, het investeren in sociale vaardigheden en in een cultuur die oog heeft voor leefkwaliteit, is uiterst belangrijk. Maar vóór alles blijft voorkomen van pestgedrag het grote doel.

Pestbarometer

Steeds meer scholen en verenigingen stellen een pestactieplan op. Soms preventief, nadet er moeilijkheden zijn geweest met pesten. Er wordt een stuurgroep opgericht die de pestbarometer in de gaten houdt, initiatieven neemt en informatie verspreidt. Gie Deboutte: «Pesterijen pak je best in groep aan. Het is positief dat in een aantal scholen de leerlingen betrokken worden in initiatieven om pesterijen te voorkomen. Men moet inderdaad de problemen niet wegduwen, maar ze bespreekbaar maken. Een van de oplossingen om pestgedrag op school in te dijken is het aanstellen van een vertrouwensleerling, een aanspreekpunt waar de kinderen, die gepest worden, terecht kunnen. De methode van bemiddeling door leeftijdsgenoten van de pestkop en zijn slachtoffer wordt momenteel in een paar Vlaamse middelbare scholen uitgetest. Ook het kansen geven aan een spontane hulpverlening is natuurlijk ideaal, waarbij je daarnaast beroep kan doen op deskundigen die de problematiek kunnen inschatten en eventueel oplossen.»

Wat helpt?

In een notendop enkele strategieën om pestgedrag te helpen oplossen:

  • Een positief klimaat dat kinderen en jongeren, hun begeleiders of leerkrachten en ouders het gevoel geeft dat het goed toeven is op school, is ongetwijfeld de beste preventie
  • Het hele begeleidersteam moet betrokken zijn voor een doeltreffend, kindgericht beleid
  • Ouders en begeleiders/leerkrachten moeten elkaar vinden als bondgenoten die samen zorg willen dragen voor de groep en voor elk kind afzonderlijk

Wie wordt gepest?

Kinderen die om één of andere reden uit de toon vallen, lopen een groter risico om gepest te worden. Een ander kapsel, ouderwetse kleren, uit een arm gezin komen: het zijn redenen die opgegeven worden bij het pesten.

In meer dan de helft van de gevallen wordt in de eigen klas gepest, meestal als de onderwijzer niet kijkt. Onderzoek uit '98 toonde aan dat ongeveer 32% van de kinderen last heeft van pesten. Eén op tien lijdt er werkelijk onder. Eén op de vijf kinderen wordt lijfelijk gepest. Kinderen proberen zich soms vrij te kopen door snoep mee te brengen voor de pestkop. Die kan dan weer meer gaan eisen: meer snoep, geld, sigaretten.

Inge Schelstraete en Gie Deboutte: 'Pesten, wat is het ? Wat doe je eraan?' 85 blz., Uitg. Bakermat.

Nu in het nieuws