Gebruik fopspeen verstandig

Finse onderzoekers publiceerden onlangs in een Amerikaans medisch-wetenschappelijk tijdschrift de resultaten van een studie die aantoonden dat baby's, die op een fopspeen sabbelen, vaker een oorontsteking krijgen. Toch hoeven ouders het zoethoudertje niet meteen in de vuilnisbak te gooien. Bij verstandig gebruik doet de fopspeen goed werk.

Bijna alle baby's in ons land worden koest gehouden met een fopspeen. Dat bewijzen de cijfers. Maar liefst 93 procent van de borelingskes kreeg ooit een speentje om zoet te blijven. In andere landen ligt dat behoorlijk lager. In Noorwegen bijvoorbeeld is dat 50 procvent, in Nieuw-Zeeland slechts 23 procent.

Toch blijft de fopspeen voor- en tegenstanders houden, en dat zowel bij ouders als bij medici. Bij de ouders-voorstanders speelt zeker de rust mee die het gebruik van een fopspeen voor hen en de baby met zich meebrengt. Maar het gebruik van een fopspeen zou ook bezwaren inhouden. Finse wetenschappers publiceerden in een Amerikaans tijdschrift de resultaten van een onderzoek onder vierhonderd baby's. Daaruit bleek dat kinderen boven de zes maanden die intensief een fopspeen gebruiken ruim dertig procent meer kans hebben op een oorontsteking. Het zuigen zou de druk in het middenoor opvoeren, en de buis van Eustachius blokkeren. Vuil dat daardoor achterblijft kan makkelijk ontsteken.

Kaak

«Wij weten inderdaad dat er een relatie is tussen oorontstekingen en fopspenen,» zegt dokter Erwin Van Kerschaver van Kind en Gezin. «Dit is al verschillende jaren bekend en door diverse studies bevestigd. Eigen cijfers hebben we daar helaas niet over. Wel staat het vast dat er nog andere nadelen zijn aan het gebruik van een fopspeen. Er kunnen bijvoorbeeld gemakkelijker afwijkende mondgewoonten ontstaan of een verkeerde stand van de tanden (bv. kruisbeet). Daarom zouden ouders er echt moeten over waken dat ze hun kind een anatomische fopspeen geven, zo'n tutje dat platter en breder is. De apotheker heeft die in huis en kan daar ook raad over geven.»

Kind en Gezin promoot de fopspeen niet, maar is er ook niet tegen. «Het is in elk geval veel beter dan een kind te laten duimzuigen,» vindt dokter Van Kerschaver. «Door duimzuigen kan er eventueel meer kaakscheefstand ontstaan. Een fopspeen zit in het midden van de mond, de duim wordt dikwijls opzij gehouden. Duimzuigen is een gewoonte die veel lastiger is af te leren dan het gebruik van de speen. Een fopspeentje kun je als ouder actief afwennen, met duimen ligt dat een stuk gecompliceerder.»

En er zijn nog andere nadelen: door duimen worden bij wat oudere kinderen tanden naar voren gedrukt, waardoor konijnentanden ontstaan of een overbeet. Sommige kinderen drukken tijdens het duimen met een vinger tegen hun neus waardoor deze scheef kan komen te staan.

Verwarring

Is er tenslotte ook een relatie tussen het gebruik van een fopspeen en een vermindering van het risico op wiegendood?

Dr. Van Kerschaver: «Vooral in Nederland is daar veel onderzoek naar gedaan, en het blijkt inderdaad dat er een vermindering van risico is. Anderzijds staat al langer vast dat borstvoeding ook een vermindering van risico op wiegendood inhoudt. In elk geval is het zo dat bij een baby, die borstvoeding krijgt, best geen fopspeen gegeven wordt tot de borstvoeding goed op gang is gekomen. Dat duurt zo'n drie weken. De zuigtechniek bij borstvoeding is immers anders dan de zuigtechniek bij een tutje, en de baby krijgt te maken met twee verschillende tepels. Een pasgeboren kindje raakt daardoor in verwarring. Pas na een week of drie weet hij welke zuigtechniek er nodig is om melk te krijgen. Dan kan een tutje ook geen kwaad meer.»

Nu in het nieuws