Wilfried Peeters over de hel: "Fietsen in een roes"

Print
Het was even wennen toen Wilfried Peeters vorig jaar op vier in plaats van twee wielen door de Hel stoof. Minstens tien jaar deelden de Kempenaar en De Leeuw‘s zaterdags een kamer in La Vieille Ferme, op een steenworp van startplaats Compiègne.Altijd dezelfde kamer, met het nummer 14. Fittein het bed links, Museeuw in het bed rechts. Een succesduo, waarvan sinds 1995 altijd minstens één helft op het podium stond. “Parijs - Roubaix beleefde ik in een roes,” zegt Peeters met tintelende ogen.Wij ontfutselden de ploegleider van Quick.Step de geheimen van kamer 14.
 
Wilfried Peeters weet zelfs niet meer hoeveel Helleklassiekers hij op zijn palmares heeft. Zelfs niet hoeveel toptien-plaatsen hij bij elkaar vloekte in de modder of het stof van de woonplaats van Lucifer. In 1997 lukte het de ploeg van Peeters slechts één keer niet, alle overige jaren was het raak: drie keer Museeuw, twee keer Ballerini, één keer Tafi. Vier keer was het góed raak en vulden Mapei en daarna Domo het volledige podium.
 
Jij bent een onvoorwaardelijke fan van Parijs - Roubaix.
Peeters: “Al die jaren kwam ik in Compiègne aan de start met een supergevoel, niet te beschrijven. Ik krijg het nog altijd moeilijk als ik eraan terugdenk. In Parijs - Roubaix zou ik door een muur zijn gegaan. Zo verdoofd vlamde ik door die Hel. Het jaar dat Tafi won (in 1999, nvdr), droeg ik nieuwe schoentjes. Die rukten de nagel van mijn grote teen af. Niéts had ik gevoeld.”

Parijs-Roubaix is een eenvoudige koers, zeggen de critici.
“Je vliegt met honderd renners de eerste kasseistrook op en op het einde ben je er twintig kwijt. Die komen nog even terug,maar op de volgende strook haken ze definitief af. Dat gaat zo door tot je met een handvol ijzeren mannen overblijft. Parijs - Roubaix is zo voorspelbaar als het uur waarop de zon opgaat.Maar simpel? Ik ken renners die 220km vlot mee gaan, maar plots krampen krijgen tot achter hun oren. (Lacht) Zelf meegemaakt. Ik ken dat gevoel van het licht dat langzaam uitgaat.”

Wie zijn ze, die ijzeren mannen?
“Renners met een motor die urenlang hetzelfde moordende tempo kan aanhouden zonder te exploderen. In Parijs - Roubaix zijn de tempoversnellingen zelden groot, maar ze zijn er.Wie zijn polsslag naar 180-190 ziet oplopen,mag het vergeten. De ideale renner weegt tussen 70 en 75 kg. Robuuste kerels dus. Mannen met ervaring ook. Ervaring leert je ook hoe de kasseistroken eruit zien en hoe je ze best aansnijdt. Ervaring leert je van waar de wind waait. (Lacht) En waar je het mag vergeten ooit terug vooraan te geraken als je de rol lost.”

Hoe lang recupereert een renner van de Hel?
“Minstens twee tot drie dagen. Niemand kan zich voorstellen hoe ver je je grenzen verlegt. Ik begon altijd met zoveel zelfvertrouwen aan de enige koers waarin ik voluit voor mezelf mocht rijden, dat ik onderweg mezelf niet herkende. Ik fietste als in een roes. Pure euforie. En na afloop dat gevoel onder de douche: niet te beschrijven.”

Zo te zien beleeft ook het publiek de Helleklassieker in een roes.
“Parijs - Roubaix is sensatie, levende cinema. Modder, valpartijen, afzien... De mensen zien graag andere mensen lijden.Waar zie je ze in een koers staan? Bovenop een col, op de hellingen van de Ronde van Vlaanderen, in de modderpoelen van Parijs - Roubaix... (Lacht) Het is ze gegund.”
MEEST RECENT