Britten belegeren Basra

Print
Amerikaanse en Britse troepen hebben zaterdag in het zuiden van Irak naar eigen zeggen Umm Qasr aan de Perzische Golf en de stad Nassiriyah ingenomen. Rond de belangrijke stad Basra werd nog gevochten. Het reguliere leger heeft in Basra de strijd gestaakt, maar de elitetroepen van Saddam Hussein bleven verzet bieden, zei de Britse minister van defensie Geoff Hoon.
De complete 51ste divisie infanterie van het Iraakse leger heeft de strijd opgegeven, zei de Britse stafchef Michael Boyce. Het Pentagon meldde dat vrijdag al. De divisie bestaat uit 8.000 man. Een deel heeft zich overgegeven, een ander deel is simpelweg naar huis gegaan. De geallieerden hebben volgens een Amerikaanse woordvoerder 1.500 krijgsgevangenen gemaakt. In Basra, na Bagdad de belangrijkste stad van Irak, hebben de geallieerden zaterdag het vliegveld en een van de bruggen die naar de stad leiden veroverd. De overige bruggen waren ondanks Amerikaanse bombardementen nog in handen van de Iraakse artillerie. Er was sprake van "een behoorlijke mate van verzet" van Iraakse zijde, zei een Amerikaanse woordvoerder.

De belangrijke olie-installaties rond de stad zijn in veiligheid. De Amerikanen zouden verder optrekken naar het noorden, terwijl de Britten zich op Basra concentreerden. Een poging de stad in te nemen komt er voorlopig waarschijnlijk niet, zei een woordvoerder van het Britse leger zaterdag op een persconferentie in Koeweit-Stad. De Britten hopen dat de Iraakse soldaten in Basra zich vroeg of laat overgeven. Basra is een belangrijke oliestad, maar heeft verder geen grote strategische betekenis. Nu de olie-infrastructuur rond de stad niet langer in gevaar is, laten de geallieerden de stad mogelijk links liggen om zo snel mogelijk op te kunnen trekken naar het hoofddoel Bagdad en een potentieel bloedige stadsoorlog in Basra te vermijden.

De commandant van de 51ste divisie gaf zich over in Nassiriyah, dat zaterdag door het Amerikaanse leger werd ingenomen. Dat zei een woordvoerder van het Amerikaanse Centrale Commando in Qatar. Nassiriyah ligt ten noordwesten van Basra, op een derde van de afstand tussen de grens met Koeweit en Bagdad. De havenstad Umm Qasr is zaterdag gevallen, evenals Safwan, twintig kilometer ten noordwesten van Umm Qasr. Zonder slag of stoot ging dat niet. De stad werd verdedigd door Iraakse guerrillastrijders, veelal gehuld in burgerkleding. De stad was zaterdagmiddag nog niet geheel onder controle. Er klonk nog steeds artillerievuur. De geallieerden moesten de stad "straat voor straat schoonvegen", zei de Britse woordvoerder in Koeweit-Stad.

Britse mijnenvegers maken een veilige route naar Umm Qasr zodat vrachtschepen van de haven gebruik kunnen maken om humanitaire hulpgoederen naar Zuid-Irak te kunnen brengen. Op olieplatforms in de omgeving van Basra hebben de geallieerden explosieven onschadelijk gemaakt, zei Boyce. De geallieerden troffen bommen aan bij de haven van Basra, op het schiereiland Al Faw en bij het olieveld Rumaila, met een dagproductie van 1,3 miljoen vaten het grootste van Irak. Volgens Boyce zijn "praktisch alle" Iraakse olie- en gasinstallaties voorzien van landmijnen of boobytraps. Saddam is "bereid zijn hele economie op te blazen", zei Boyce. Londen en Washington meldden vrijdag dat desondanks slechts zeven van de honderden oliebronnen in de omgeving van Basra in brand staan. Civiele specialisten komen naar verwachting zondag aan om de branden te blussen, zei Boyce vrijdag.

De Iraakse minister van informatie Mohammed Saeed al-Sahhaf omschreef de gevechten rond Basra zaterdag in een televisietoespraak als hevig. Irak zou vijf geallieerde tanks hebben vernietigd. De Amerikaanse en Britse troepen trokken zaterdag op over snelweg nummer 80, bijgenaamd de snelweg des doods wegens de Amerikaanse bombardementen die tijdens de Golfoorlog van 1991 een compleet Iraaks konvooi dat zich terugtrok uit Koeweit uitroeiden.

Bunkers, barakken en Iraakse tanks langs de snelweg werden opgeblazen. Uit sommige barakken kwamen Iraakse soldaten te voorschijn die zich overgaven. Elders stuitten de geallieerden op Irakezen in burgerkleding. De Amerikanen en de Britten gaan er van uit dat het om soldaten gaat die zich hebben omgekleed. De burgerbevolking verwelkomde de geallieerde troepen, zei de Amerikaanse opperbevelhebber Tommy Franks zaterdag op een persconferentie. "Dit gaat over bevrijding, niet over bezetting." De soldaten die zich hebben overgegeven behoorden tot het reguliere leger en niet tot Saddams elitetroepen, de Republikeinse Garde. Veel Iraakse deserteurs oogden als ondervoede dienstplichtigen. In de achterhoede ontfermden geallieerde soldaten zich over de krijgsgevangenen, die tijdelijk in hokken van prikkeldraad werden ondergebracht.

Het grootste deel van de geallieerde troepen was zaterdag nog in Koeweit. Aan de grens met Irak vormde zich een lange file.
MEEST RECENT