Groen licht voor EU-standpunt in landbouwonderhandelingen WTO

Print
De Europese Unie is klaar met haar huiswerk voor de geplande landbouwonderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De vijftien ministers van Buitenlandse Zaken hebben maandag in Brussel hun goedkeuring gehecht aan een gemeenschappelijke onderhandelingspositie die meer vrijhandel en dus een afbouw van importtarieven en exportsubsidies in het vooruitzicht stelt.
Met dit gemeenschappelijk standpunt haalt de EU op het nippertje de deadline van 31 maart, wanneer in de WTO de onderhandelingen een nieuwe fase ingaan. De laattijdige bijdrage van de EU heeft vooral te maken met de bezwaren die Frankrijk en Ierland formuleerden tegen het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie. "De EU stond lange tijd in het verdomhoekje door het uitblijven van voorstellen", zo verwelkomde Annemie Neyts, minister toegevoegd aan het ministerie van Buitenlandse Zaken, het akkoord.

De Europese onderhandelingspositie bepaalt dat de EU de producten van ontwikkelingslanden makkelijker toegang wil bieden tot de westerse markten door een algemene afbouw van de importtarieven met 36 procent en een verlaging van de exportsubsidies en andere exportsteun met 45 procent. Onder druk van Frankrijk bevat het EU-voorstel omtrent exportsubsidies geen verwijzingen naar specifieke producten. Er wordt enkel aangegeven dat het om exportsubsidies zou moeten gaan "die van bijzonder belang zijn voor ontwikkelingslanden". Ten slotte wil de EU de totale binnenlandse steun aan landbouwers met 55 procent doen dalen.

Ook wil de EU op het WTO-hoofdkwartier in Genève een aantal voorstellen verdedigen die ontwikkelingslanden meer kansen moeten bieden op de internationale landbouwmarkten: een nultarief voor minstens 50 procent van de voedselimport uit ontwikkelingslanden, een volledige vrijstelling van alle importtarieven voor de minst ontwikkelde landen, een vrijwaringsclausule die de voedselveiligheid in arme landen moet garanderen, enzovoort.

Tenslotte hoopt Europa ook een aantal achterpoortjes in de internationale handelsregels aan te kaarten. Onder meer de Verenigde Staten gebruiken voedselhulp steeds meer als stelsel om de overtollige binnenlandse productie kwijt te raken. Zo is ironisch genoeg vastgesteld dat de hoeveelheid voedselhulp stijgt als de prijzen op de internationale landbouwmarkten dalen.

De Europese onderhandelingspositie in de WTO staat uiteraard niet los van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GBL). Ook dat dossier belandde maandag in Brussel opnieuw op tafel. De landbouwministers bekeken er de aangepaste hervormingsplannen van eurocommissaris Franz Fischler. Nog steeds bleken vooral traditionele landbouwlanden als Ierland, Frankrijk en Spanje veel moeite te hebben met de pogingen van Fischler om het GBL duurzamer, rechtvaardiger en minder kostelijk moeten maken.

Ook minister Neyts formuleerde in naam van de Belgische gewesten een flink aantal bezwaren. Ondanks de aanpassingen vreest Neyts nog steeds dat de geplande "degressieve" afbouw van directe inkomenssteun vele Belgische boerderijen hard zal treffen. België pleitte daarom opnieuw voor de instelling van een absoluut plafond voor directe betalingen per bedrijf. Ook stelde Neyts - met het oog op de Waalse rundsvleessector - weerom vragen bij het principe, de inkomenssteun los te koppelen van de productie.
MEEST RECENT