Handel met voorkennis niet vervolgd want "wet is oneerlijk"

De correctionele rechtbank van Gent heeft woensdag drie bestuurders van de vleeswarengroep Ter Beke ontslagen van rechtsvervolging voor aandelenhandel met voorkennis omdat de Belgische wet volgens de rechtbank "niet gelijk is voor iedereen".

Belga

Die voorziet dat holdingmaatschappijen wel aandelen kunnen kopen als zij voorkennis hebben, en andere personen niet, wat in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

Bestuurder-directeur Jean-Marie Verdonck, extern bestuurder Ronald Everaert en Edith de Baedts-Coopman, echtgenote van bestuursvoorzitter Daniël Coopman hadden in 1996 aandelen van hun eigen maatschappij gekocht toen zij wisten dat Ter Beke gesprekken voerde met de Nederlandse voedingsgroep Unilever over de overname van vier bedrijven. De aandelenkoers van Ter Beke steeg met 150 procent toen dat nieuws bekend raakte.

Eind 1998 verschenen de drie voor het eerst voor de correctionele rechtbank te Gent. Het parket voerde toen aan dat zij al van midden 1995 wist dat de overname zou doorgaan. De verdediging betwiste dat.

De rechtbank wees de zaak door naar het Europees Hof van Justitie met drie vragen over de zogenaamde holdingsexceptie in de Belgische wet. Die voorziet dat holdingmaatschappijen handel mogen drijven in aandelen op basis van informatie die nog niet algemeen bekend is, iets wat voor andere personen verboden is.

Het Europese Hof was van oordeel dat de Belgische wet strenger kan zijn dan de Europese richtlijnen terzake, maar die moeten dan wel voor iedereen gelijk zijn. De Gentse correctionele rechtbank is nu van oordeel dat de Belgische wet door de holdingsexceptie het gelijkheidsbeginsel schendt, en dat ze die dus niet kan toepassen.

Nu in het nieuws