Kopstukken oliefraude moeten niet naar de cel

Print
Het hof van beroep in Brussel heeft woensdag een aantal kopstukken van een grootschalige oliefraude eind jaren tachtig en begin jaren negentig tot voorwaardelijke gevangenisstraffen veroordeeld. In eerste aanleg hadden zij nog aangekeken tegen effectieve gevangenisstraffen tot vijf jaar.
BR>
De beklaagden werkten mee hebben aan een grootschalige fraude met stookolie. Ze ontdoken systematisch de belastingen en accijnzen op mazout die uit Duitsland via Nederland naar ons land werd ingevoerd en, eventueel na ontkleuring, op de zwarte markt werd verkocht. Op die manier hebben ze zich met miljoenen euro's verrijkt.

De Belgisch-Nederlandse zakenman Johannes Boersma, die beschouwd wordt als het spilfiguur in de hele zaak, kreeg in eerste aanleg een effectieve celstraf van vijf jaar opgelegd en een boete van 247.893,52 euro opgelegd. Het hof bevestigde de boete, maar Boersma moet wel niet naar de cel. Hij krijgt 57 maanden met uitstel. Zijn zakenpartner Pol Piessens, die in eerste aanleg tot dezelfde straf en boete was veroordeeld als Boersma, krijgt nu 4 jaar en drie maanden met uitstel. Ook zijn boete blijft behouden. De hoofdbeklaagden in het proces moeten samen met een reeks andere beklaagden in de zaak ook de miljoenen euro aan accijnzen die ze ontdoken hebben, terugbetalen. Ook de burgerlijke vorderingen die een aantal oliemaatschappijen hadden ingesteld, werden op enkele details na bevestigd.

.

Nu in het nieuws