Verzekeringen nog maar eens duurder

Een verzekering afsluiten wordt nog maar eens duurder. Dat is een gevolg van de slechte gang van zaken op de aandelenbeurzen. Vroeger verdienden de verzekeringsmaatschappijen een pak geld op het beleggen van de premies, nu brengen die beleggingen veel minder op. En dus moet de consument dieper in de portemonnee tasten.

AP Ned

De tariefverhogingen verschillen van maatschappij tot maatschappij en van polis tot polis. Vast staat wel dat vooral de autoverzekeringen momenteel 'te goedkoop' geprijsd zijn. Bij de minister van Economische Zaken liggen aanvragen om de premies met 4% tot 15% op te trekken. Maar het is zelfs niet zeker dat het hierbij blijft. Volgens de verzekeraars zal een nieuwe ronde verhogingen noodzakelijk zijn. De slechte beurs speelt hierin een belangrijke rol. Een groot deel van de premies die de verzekeraars ontvangen, investeren ze in vastgoed, obligaties of aandelen. Ze zijn dat zelfs verplicht. De beleggingen zijn een garantie dat er voldoende geld is om toekomstige uitkeringen te betalen.

De maatschappijen houden in het bepalen van de premies ook rekening met hun financiële opbrengsten. "Tussen 1995 en 1999 werd een autoverzekering 9% goedkoper omdat de verzekeraars toen veel verdienden aan hun beleggingen. Ze konden een deel van hun winsten doorschuiven naar hun klanten", zegt Michel Baecker van de Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen. Vandaag is het plaatje anders. Door de slechte beurs vallen de financiële inkomsten tegen. En dat leidt tot een ongezonde situatie. Momenteel volstaan de premies alleen in de tak 'brandverzekering woningen' om alle uitkeringen en onkosten te dekken. In de overige branches (auto, arbeidsongevallen, leven,...) hebben de verzekeraars de beleggingsinkomsten nodig om uit de kosten te komen. Halen ze die niet, dan moeten de premies omhoog.