Leger Ivoorkust bedwingt opstand

Het leger van Ivoorkust heeft donderdag een poging tot staatsgreep verhinderd terwijl de president van het West-Afrikaanse land op staatsbezoek was in Italië. Achter de opstand zat volgens een medewerker van president Laurent Gbagbo de voormalige juntaleider Robert Gueï, die door loyale troepen werd doodgeschoten.

AP Ned

Tijdens de opstand kwam de minister van binnenlandse zaken, die voor de politie verantwoordelijk was, om het leven. Ook minstens tien rebellen en zeven agenten van de paramilitaire politie werden gedood.

Minister van defensie Lida Moïse Kouassi zei donderdagmiddag in een verklaring op de televisie dat de opstand door het leger was bedwongen, op enkele verzetshaarden in de steden Bouake en Korhogo na. President Gbagbo liet vanuit Rome weten dat hij zijn staatsbezoek afbrak en naar zijn land terugkeerde. Volgens minister van infrastructuur Patrick Achy lijkt alleen de minister van sportzaken in Bouake in handen van de opstandelingen te zijn gevallen.

Ivoorkust gold lange tijd als een oase van rust in Afrika, maar sinds de eerste staatsgreep, in 1999, heersen er etnische en politieke spanningen en is het onrustig in het leger. Gueï, een voormalig legerleider, greep in 1999 de macht, maar moest die weer afstaan toen hij het volgende jaar verkiezingen verloor.

Ook bij de opstand van donderdag leken militairen betrokken te zijn, maar het was onduidelijk met hoeveel zij waren en tot welke onderdelen zij behoorden.

De opstand begon rond 03.00 uur in de ochtend toen zwaar bewapende opstandelingen de woningen van de president en de ministers van binnenlandse zaken en defensie aanvielen, alsmede kazernes en andere strategische plekken in Abidjan, het zakencentrum van Ivoorkust. Minister van binnenlandse zaken Emile Boga Doudou kwam bij de aanval op zijn huis om het leven, aldus Laurent Toussaint, een medewerker van Gbagbo in Rome. Rond hetzelfde tijdstip werden ook gewapende acties gemeld bij militaire bases in minstens vier steden in het midden en noorden van het land: Bouake, Daloa, Fereke en Korhogo.

Gueï werd door paramilitaire politieagenten doodgeschoten toen de chauffeur van zijn auto niet wilde stoppen bij een controlepost in het centrum van Abidjan. Volgens presidentieel medewerker Toussaint was het evident dat Gueï bij de poging tot staatsgreep betrokken was. "Denkt u dat Gueï op het slagveld was om te winkelen?" vroeg hij. Het stoffelijk overschot van de voormalige juntaleider lag na de opstand in een lijkenhuis met een enkel kogelgat in zijn hoofd.

Bij de opstand waren volgens een hoge officier en westerse diplomaten 700 tot 800 militairen betrokken. De opstandelingen droegen voor een deel burgerkleding, waardoor het moeilijk uit te maken was tot welk onderdeel van de strijdkrachten zij behoorden. Sommigen droegen maskers die hun hele gezicht bedekten. In Abidjan hielden de meeste westerse ambassades hun deuren gesloten. De staatsradio en -televisie onderbraken de uitzendingen en het vliegveld werd gesloten. De autoriteiten stelden een uitgaansverbod in en donderdagmiddag waren de meeste straten verlaten, op patrouillerende militairen na.