Irak-debat: Europees Parlement wil Bush horen

Print
Zeer binnenkort ontvangt de Amerikaanse president Georges W. Bush allicht een uitnodiging om het Europees Parlement (EP) toe te spreken. Zowel Hans-Gert Poettering, fractieleider van de EVP, als de socialistische fractieleider Baron Crespo pleitten daar woensdagmorgen tijdens de plenaire zitting in Straatsburg voor. Ook EP-voorzitter Pat Cox speelt al enige tijd met het idee. "Het lijkt er soms op dat de Amerikaanse president zich niet eens bewust is van het bestaan van de Europese Unie", zo stelde Poettering. "Overigens wordt het onderhand tijd dat hier nog eens een Amerikaanse president komt. De laatste keer was in 1986, met het bezoek van Ronald Reagan".
In het EP stond woensdag het Irak-debat op het programma. Het werd een lang rekwisitoor tegen de Iraakse president Saddam Hoessein. Alleen Jean-Marie Le Pen had positieve woorden voor de dictator en zijn bewind. Le Pen noemde het regime tolerant tegenover religieuze en etnische minderheden.

Daarnaast was de discussie, die meer dan twee uur duurde, een lange smeekbede aan de Verenigde Staten om geen unilaterale oorlog te beginnen. De lijn die afgelopen weekend op de informele raad van de ministers van Buitenlandse Zaken in Helsingor werd uitgezet, werd in Straatsburg doorgetrokken. De Verenigde Naties moeten dus in de Iraakse kwestie opnieuw het initiatief in handen nemen en de VN-wapeninspecteurs moeten ongehinderd hun werk kunnen doen.

Er kwam veel kritiek op het unilateraal optreden van de VS. Zelfs sprekers die voor anti-Amerikaanse stemmingmakerij waarschuwden, wezen op het gevaar dat president Bush er alleen op uittrekt. Zowat alle sprekers, ook de Deense minister van Europese Zaken Bertel Haarder en eurocommissaris voor Buitenlandse Betrekkingen Chris Patten, vroegen dat de VN-resoluties door Irak nauwgezet zouden uitgevoerd worden. Niemand - het Deense voorzitterschap was op dat punt bijzonder zwijgzaam - verduidelijkte echter wat er moest gebeuren in geval van Iraakse weigering.

Op het slot van het debat draaide Patten het mes nog eens extra in de wonde. Tot ergernis van de pacifisten in de zaal die absoluut geen oorlog willen, vroeg hij zich tot drie keer toe af wat moet gedaan worden als Saddam Hoessein een ultimatum naast zich neerlegt.

Zoals de EU-buitenlandministers in Helsingor was het EP verdeeld over de inhoud van het begrip "maximale druk" tegen Saddam Hoessein. Volgens sommigen mag er absoluut geen oorlog komen, want te riskant voor de regio en het Europees belang. "De gematige regimes", aldus de Duitse christen-democraat Elmar Brok, "dreigen door de radicalen immers weggespoeld te worden". Toch waren er tussenkomsten waarin werd opgeroepen om Saddam omver te gooien. De Franse generaal Philippe Morillon, de vroegere VN-bevelvoerder in Bosnië, zat op die (Amerikaanse) golflengte. "Soms is de oorlog het minste kwaad", zo zei hij.

Twee Belgische europarlementariërs kwamen tussen. De Franstalige socialiste Véronique De Keyser nam fors stelling tegen een Amerikaanse aanval op Irak. "Zo'n oorlog is niet rechtvaardig, proper of efficiënt". "En", zo vervolgde ze, "als de VN daar hun zegen niet over geven, is zo'n aanval in strijd met het internationaal recht". Nelly Maes (Spirit) formuleerde diverse (pijnlijke) vragen over de onduidelijkheid van het Europees standpunt. "Hoever reikt die Europese eensgezindheid?", zo vroeg ze zich af.

Het laatste woord was voor Chris Patten. "Dit was één van de meest interessante debatten die ik in het EP meemaakte", zo stelde hij. "Ik kan me echter wel voorstellen dat de Amerikanen ons behoorlijk zelfingenomen vinden. In ieder geval zal Europa de moeilijke knopen ooit wel eens moeten doorhakken en een concreet antwoord op de lastige vragen geven".
Nu in het nieuws