Rampenmanager moet overstromingen voorkomen in Antwerpen

Print
De stad Antwerpen gaat een rampenmanager aanstellen. Die moet herhaling voorkomen van de overstroming, die zaterdag 24 augustus j.l. stukken van Merksem en Ekeren blank heeft gezet. Het was de vierde waterramp (sinds 1998) in Antwerpen. De afspraak voor het aanstellen van een rampenmanager is dinsdagavond gemaakt tijdens de raadscommissie Openbare Werken, samengeroepen door oppositiepartij Vlaams Blok, maar ingeleid door Merksemnaar (en ex-schepen) Gilbert Verstraelen (sp.a). Raadslid Verstraelen had geen goed woord voor de aanpak van de jongste waterramp. "Het college maakt een slechte beurt in deze zaak", vond Verstraelen.
Hij drong aan op spoedige beterschap én op een universitaire studie over de waterbeheersing in en rond Groot-Antwerpen. "Want de mensen slapen hier niet meer gerustà" Boosheid ook bij Ludo Van Campenhout, Merksemnaar en fractieleider van de VLD. "Antwerpen wordt elk jaar het slachtoffer van een ramp die, volgens de boekjes en de statistieken, slechts eens om de 400 jaar mag plaatsvinden", merkte Van Campenhout op. Hij waarschuwde voor de psychische en materiële gevolgen bij de getroffen inwoners, stelde vragen bij de coördinatie van de hulp en drong er bij het College op aan 'om geen nieuwe wijk aan te leggen in een overstromingsgebied'.

Een vingerwijzing naar de plannen van de stad om een nieuwe woonwijk te voorzien in de onmiddellijke buurt van in het getroffen gebied (Ijsvogelstraat). Volgens Filip Dewinter (Ekerenaar en fractieleider van het Vlaams Blok) heeft Antwerpen geen lessen getrokken uit vorige rampen en zijn de beloften van toen ook de beloften vandaag. "Bijvoorbeeld het versneld ontslijken van de drie kokers van de Schijn", herinnerde Dewinter zich. Dirk Geldof (fractieleider Agalev) ging op de ecologische toer op. Hij wenste geen verkaveling in de buurt van de Schijn, meer aandacht (en eventueel een premie) voor waterdoorlaatbare verhardingen (van, bijvoorbeeld, parkeerterreinen) en een degelijke studie van de waterhuishouding in het Antwerpse. Stadsingenieur Verhoeven trachtte later, met tekeningen en cijfers, de commissie te overtuigen 'van het vele werk dat al is gerealiseerd en dat maar één doel heeft: nog meer waterellende voorkomen'. Schepen voor Integrale Veiligheid, Dirk Grootjans en burgemeester Detiège hebben dat nadien bevestigd.

Grootjans gaf evenwel toe 'dat een betere coördinatie nodig is' en zag wel wat in het aanstellen van een voltijds rampenmanager. Burgemeester Detiège beloofde om, naast het uitvoeren van de bestaande plannen, ook bijkomende pompen aan te kopen, het Waterinformatienetwerk (met bewoners van) Merksem te activeren, vaste peilpunten te voorzien in de stad, de aanvoer van zandzakjes beter te organiseren, een overleg te organiseren met de buurgemeenten ("want hun water komt uiteindelijk bij ons terecht") en bij minister Dua aan te dringen op meer spoed bij het slijkruimen en op meer geld voor een nog betere aanpak. Ondertussen heeft Antwerpen ook een aanvraag voor erkenning als rampgebied ingediend bij Binnenlandse Zaken.
Nu in het nieuws